Recente Concerten |
|
|
Recentste concerten door Het LBE met het William Byrd Vocaal Ensemble:
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]()
Soliste in het
vioolconcert van Graupner was Vanaf 1995 studeerde Judith Steenbrink bij Alda Stuurop aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Daarna vervolgde ze haar studie bij Lucy van Dael aan het Sweelinck Conservatorium te Amsterdam. Ook volgde zij masterclasses bij Enrico Gatti en John Holloway. Zij werd uitgenodigd om deel te nemen aan de 2001-2 European Union Baroque Orchestra tournee waarmee zij concerten, radio, tv en cd opnames door de hele wereld maakte. Sindsdien speelt zij in barokorkesten zoals Concerto Copenhagen, Cantus Cölln en The Amsterdam Baroque Orchestra. Ook is zij als concertmeester vebonden aan de European Union Baroque Orchestra en Tallinn Baroque Orchestra. Als gastdocent doceert zij regelmatig aan oa Artez Conservatorium en het conservatorium in Bucharest. Zij speelt in het kamermuziek ensemble Movimento en samen met haar tweelingzus Tineke Steenbrink (orgel en klavecimbel) vormt zij Ensemble Séverin. Judith is een van de oprichters van Holland Baroque Society.
|

|
|
Lies Schrier begon haar cellolessen bij Dries Munnik. Vervolgens studeerde zij bij Jeroen Reuling en Jaap Kruythof aan het conservatorium Zwolle, waar zij haar diploma Uitvoerend Musicus behaalde in 1999. Daarna vervolgde zij haar opleiding bij Bernard Greenhouse in Wellfleet, USA. Sinds 2003 is zij plaatsvervangend solocellist in ballet- en symfonieorkest Holland Symfonia te Amsterdam. Zij bespeelt een Deroux, een Franse cello uit 1905. |
PROGRAMMA
|
H e t L
e i d s B a r o k E n s e m b l e De Holland - Spanje Barok Connectie Leiden:
26 september 2009, 20:30, Lokhorstkerk, Pieterskerkstraat 1
|
|||||||||||||||
PROGRAMMA TOELICHTING
|
De Holland - Spanje Barok Connectie In het programma van de Spanje tournee zijn twee rode draden te ontdekken: het Concerto Grosso en Europese connecties. Er worden maar liefst drie Concerti Grossi gespeeld en wel van de ‘klassieke’ Corelli, de ‘Hollandse’ Hellendaal en de vader van de ‘Spaanse’ Scarlatti. De Holland-Spanje connectie komt tot uiting in het door de ‘Spaanse’ Italiaan (Boccherini) gecomponeerde celloconcert, gespeeld door de oer-Hollandse celliste Lies Schrier. Wellicht dat onze concerten een bijdrage leveren aan een Europees wij-gevoel (zonder anderen overigens uit te sluiten). Het programma is er naar! Toen Arcangelo Corelli in 1675 in Rome arriveerde heerste daar een kosmopolitische sfeer. De polyfone traditie in Bologna, Franse experimenten met instrumentale muziek, nieuwe opera’s in Venetië en Napels samen met de ontdekking van de technische mogelijkheden van de viool gaven Corelli het gereedschap voor een nieuwe stijl. Zijn Concerti Grossi opus 6 (pas uitgegeven in 1714 in Amsterdam) zijn maatgevend geworden en hebben zelfs het predicaat ‘klassiek’ gekregen, hoewel het in die tijd nog gewoon barok is. Het is ook voor het eerst dat de instrumentale muziek (i.c. het concerto) loskomt van welke religieuze of ceremoniële traditie dan ook. Het belangrijkste kenmerk van een concerto grosso is de afwisseling tussen tutti (ripieno) en soli (concertino). Bij de meeste concerti grossi bestaat het concertino uit twee violen en een cello. Het is moeilijk te begrijpen waarom de sonates en concerti voor strijkorkest van Telemann zijn minst bekende werken zijn. Ze bevatten wonderlijk gevarieerde en fris-charmante muziek, zonder al te veel moeilijke noten. Het LBE heeft al heel wat van deze composities gespeeld (dus aan ons zal het niet liggen). De te spelen sonate is gecomponeerd rond 1730 en is overgeleverd door J.S. Endler, een van de belangrijkste kopiisten van Telemann werken in die tijd. De compositie volgt het vierdelige schema van de Italiaanse sonate. Het is überhaupt een zeer Italiaans aandoend werk. Na de fuga in het tweede deel volgt een sarabande geïnspireerd op dansante stukken van Corelli en Vivaldi. In het laatste deel kan men een Italiaanse sinfonia terughoren. De in Lucca geboren Italiaan Luigi Boccherini was al op jonge leeftijd een bekwaam cellist. Via een contact met de Spaanse ambassadeur in Parijs werd hij in 1770 aangesteld als ‘violoncellist en componist’ aan Spaanse hof. Boccherini werd goed betaald voor zijn diensten, maar is mede als gevolg van niet nagekomen beloften van een uitgever (Pleyel) en ziekte (TBC) in armoedige omstandigheden gestorven. Van Luigi Boccherini zijn 8 celloconcerten overgeleverd. De datering is moeilijk omdat de weinige overgebleven gedrukte exemplaren geen uitgavenummers bevatten. Bovendien is de stijl van Boccherini tussen 1760 en 1790 nauwelijks veranderd. Die stijl zou men vroegklassiek of Rococo kunnen noemen. In het eerst deel van het celloconcert komen ‘klassieke’ elementen ruimschoots voor: het energieke kopmotief (orkestinzet), de contrastrijke en dramatische expositie en de virtuoze soli begeleid door het orkest. In het plechtige adagio wordt de dialoog tussen de solist (cantilenen) en het orkest voortgezet. Het laatste deel gaat veel verder dan de ‘gemiddelde ‘vrolijke uitsmijter’ in de late 18e eeuw: geagiteerde stemming, episodes in mineur en gebruik van vele registers in de cello. Alessandro Scarlatti is vooral bekend als vader van Domenico (die van de clavecimbel-sonates) en als componist van vocale muziek. Zoals vele barokcomponisten verkeerde hij in de hoogste kringen, waar immers zijn broodheren zaten. Hij pendelde in zijn leven tussen Rome en Napels met tussenstop in Florence (i.v.m. de Spaanse Successieoorlog). De Concerti Grossi werden in 1740 door B. Cook te Londen gepubliceerd, 15 jaar na de dood van Scarlatti. Alles wijst erop dat Scarlatti deze werken in de nadagen van zijn carrière heeft gecomponeerd. Scarlatti oriënteert zich in zijn (zeldzame) instrumentale werken met name op de vorm van de sonata da chiesa (langzaam-snel-langzaam-snel), maar niet alles valt natuurlijk in dit stramien. Het Concerto Grosso in E majeur bevat wel vier delen, maar daar is maar één langzaam deel bij. Sebastián Aguilera de Heredía was eerst organist aan de kathedraal van Huesca (1585-1603) en later ‘maestro de música’ aan de La Seo kathedraal in Saragossa. Hij publiceerde een verzameling werken in 1618, waarvan het duistere Magnificat à 4-8 lang in gebruik bleef. Zijn Tientos (ook wel Obra’s genoemd) in verschillende stijlen behoren tot de beste Spaanse orgelmuziek uit die periode. Hij wordt beschouwd als de eerste belangrijke figuur van de Aragonese School. Aguilera de Heredía behoort tot een aantal Spaanse componisten waarvan werk werd geëxporteerd naar Mexico. Het te spelen Obra de Primero Tono is een door Theo Goedhart gemaakte bewerking voor strijkorkest van het gelijknamige orgelstuk. Pieter Hellendaal werd in Rotterdam geboren en was op zijn 10e (!) al organist in Utrecht. In 1738 woonde hij in Amsterdam blijkens een advertentie waarin hij een huisorgel aanbiedt. Dankzij een toelage van een adelijke heer studeerde hij rond 1740 viool en compositie bij niemand minder dan Tartini (in Padua). In 1749 was hij ingeschreven aan de Leidse Universiteit (dit had uitsluitend tot doel beter te kunnen netwerken en minder belasting te betalen). Hij kreeg toestemming de vaste organist van de Pieterskerk te vervangen bij diens ‘indispositie’. Deze functie bekleedde hij dus enkele tientallen meters verwijderd van de thuisbasis van het LBE (!). De vaste organist bleef helaas maar leven en Hellendaal zocht zijn geluk in Engeland. De concerti grossi opus 3 zijn uitgegeven in 1758. De werken van Hellendaal zijn gecomponeerd met uitvoering door amateurs (waarvan er zo veel waren in Engeland) in het achterhoofd. Het concertino is uitgebreid met een altviool en in het ripieno hebben 2e viool en alt afwisselende partijen. Hellendaal wist met zijn originele, soms grillige motieven en met onverwachte wendingen een beproefde vorm nieuw leven in te blazen. Eric Matser |
Het Leids Barok Ensemble in Léon, Spanje, juli 2009
|
Het Leids Barok Ensemble was van 12 juli tot 19 juli 2009 op tournee in Spanje. Hier onder de gegevens In het Spaans / In het Nederlands / In het Engels :
LBE poster España
El programa de esta
gira por España se organiza en torno a dos importantes temas: el Concerto Grosso
y las conexiones europeas. Se interpretarán hasta tres concerti grossi: el
“clásico” Corelli, el “holandés” Hellendaal y (el padre del) “español”
Scarlatti. La conexión Holanda-España es evidente en el concierto para cello,
compuesto por el italiano-“español” Boccherini, interpretado por la cellista
holandesa Lies Schrier. Quizá nuestros conciertos con este programa tan especial
pueden contribuir a un pensamiento europeo (sin excluir otro tipo de
pensamientos) |
|||
![]() |
L i e s S c h r i e r recibió sus primeras lecciones de violoncello de Dries Munnik. Comenzó sus estudios profesionales en el Conservatorio de Zwolle, Holanda, estudiando con Jeroen Reuling y Jaap Kruythof. Se graduó en el año 1999, obteniendo el título de Master en Interpretación Musical. A continuación continuó sus estudios con Bernhard Greenhouse en Wellfleet, Estados Unidos. Desde 2003 es Segundo cello solista en la Orquesta Sinfónica y de Ballet “Holland Symfonia” de Amsterdam. Lies toca un violoncello francés construido por Deroux en 1905 |
||
|
|
|||
Programa
|
Arcangelo Corelli |
Concerto grosso opus 6 n.° 9 en Fa mayor |
|
Georg Philipp Telemann |
Sonate n.° TWV 43: F5, en Fa mayor
|
|
Luigi Boccherini |
Concierto n.°
2 en Re mayor para violonchelo y cuerdas |
|
Descanso |
|
|
Alessandro Scarlatti |
Concerto n.° VI en Mi mayor |
|
Sebastián Aguilera de Heredía |
Obra de Primero Tono en sol menor |
|
Pieter Hellendaal |
Concerto grosso n.° 5 en Re mayor |
| El Conjunto Barroco de Leiden (Holanda) |
|
El conjunto forma una grupo de músicos muy compenetrados. No hay director. El concertino Roelof Balk guía al grupo con su gran inspiración que siempre lleva a interpretaciones convincentes, pero que a la vez deja suficiente espacio para la aportación individual, lo que produce un diálogo espontáneo y evocador, que es lo que caracteriza a este conjunto. Lo mismo que en la época del barroco, los integrantes del conjunto, excepto contadas excepciones, no dependen de la música para su sustento. Aparte de solistas que han salido de las propias filas del conjunto, un gran número de músicos profesionales han participado en los conciertos como solistas, entre otros miembros de la Orquesta Barroca de Friburgo (Freiburger Barockorchester) (entre otros Christian Goosses), Arie Hordijk (fagot barroco), Nico de Gier (oboe barroco), Frank Wakelkamp (violonchelo barroco), Diana Bonenberger (flauta dulce), Jan Insinger (gamba), Xandra Mizé (soprano), Marin Mars (violín), Walewein Witten (fortepiano), Peter de Groot (contratenor), Lucia Swarts (violonchelo), Viviana Sofronitzki, Martine Belderok, Nical Wemyss, Diego Nadra (oboe), Barbara Erdner (violín) y Nils Wiebolt (violonchelo). Además, han asesorado al conjunto sobre la programación e interpretación el violinista y director de Combattimento Consort Amsterdam, Jan Willem de Vriend, la violonchelista Lucia Swarts y el intérprete de viola Tjitte de Vries. Desde su fundación el Conjunto Barroco de Leiden ha dado más de 200 conciertos, en Leiden y en muchos otros lugares en Holanda. Además ha participado en coproducciones con el Conjunto Vocal de Leiden bajo la dirección de Theo Goedhart, interpretando la Misa Alta (1994) y la Pasión de San Juan (1997) ambas de Bach. Otros hitos han sido las giras en el extranjero: Roma (1994), donde se dieron cuatro conciertos, Inglaterra (1996) con actuaciones de mucho éxito en Oxford y Londres (Lufthansa Barok Festival) y Viena (1998) con el contratenor Peter de Groot como solista. En 2001 el conjunto visitó Dinamarca con la solista Viviana Sofronitzky (fortepiano), en 2005 Italia (Toscana) con Nicola Wemyss (soprano) y en 2003 y 2007 Francia con el violonchelista Roeland Duijne, solista en sendos conciertos de violonchelo de Boccherini y Haydn. Este año 2009, el Conjunto Barroco de Leiden visita por vez primera España. El programa de esta gira por España se organiza en torno a dos importantes temas: el Concerto Grosso y las conexiones europeas. Se interpretarán hasta tres concerti grossi: el “clásico” Corelli, el “holandés” Hellendaal y (el padre del) “español” Scarlatti. La conexión Holanda-España es evidente en el concierto para violonchelo, compuesto por el italiano-“español” Boccherini, interpretado por la violonchelista holandesa Lies Schrier. Quizá los conciertos con este programa tan especial puedan contribuir a un pensamiento europeo (sin excluir otro tipo de pensamientos). |
|
Es difícil entender por qué las sonatas y los conciertos para cuerda de Telemann se encuentran entre sus obras menos conocidas. Su contenido es original y encantador, sin pasajes complicados. El Leids Barok Ensemble tiene una amplia experiencia con este repertorio. La presente sonata fue compuesta alrededor de 1730 y llegó a nosotros gracias a los esfuerzos de J. S. Endler, uno de los más importantes copistas de las obras de Telemann de aquel tiempo. La obra sigue el esquema de la sonata italiana, es decir en cuatro partes. De hecho está muy influenciada por el estilo italiano. Al segundo movimiento (una fuga) le sigue una Sarabande inspirada en danzas de Corelli y Vivaldi. En el último movimiento se puede oír claramente una Sinfonía italiana. Luigi Boccherini, nacido en Lucca, Italia, fue desde muy temprana edad un fantástico violonchelista. Gracias a un contacto con el embajador español en París, en 1770 fue nombrado “violonchelista y compositor” de la corte española. Aunque bien pagado por sus servicios, Boccherini murió pobre. Dos fueron las causas: su editor (Pleyel) no le pagó lo convenido y además contrajo tuberculosis. Se conservan ocho conciertos para chelo, aunque probablemente escribió muchos más. Es difícil determinar la fecha concreta de los conciertos porque los pocos que se conservan no especifican un número de opus. Además el estilo de Boccherini apenas cambió entre 1760 y 1790, lo cual impide hacer incluso una aproximación fiable. Su estilo puede ser denominado Pre-clásico o Rococó. El primer movimiento del presente concierto es convencionalmente clásico: reconocerá un enérgico motivo principal (al comienzo, tocado por la orquesta), una exposición llena de drama y contrastes, y los virtuosos solos acompañados por la orquesta. En el solemne Adagio, el diálogo entre el solista (cantilena) y la orquesta continúa. El último movimiento es mucho más serio que el tema popular que habitualmente se utilizaba en aquel tiempo. Se escucha aquí una atmósfera agitada, con episodios en tonalidades menores y el uso de una variedad de registros ciertamente inusuales en el chelo. Alessandro Scarlatti es principalmente conocido como el padre de Domenico (quien escribió una ingente cantidad de sonatas para clave) y como compositor de música vocal. Al igual que muchos otros compositores barrocos, trabajó en ambientes cortesanos. Su vida discurrió entre Roma y Nápoles, con parada en Florencia, debido a la Guerra de Sucesión española. Sus Concerti Grossi fueron publicados en 1740 por B. Cook en Londres, 15 años después de su muerte. Todas las evidencias indican que Scarlatti compuso estas obras en una etapa tardía de su carrera. En esa etapa, se centró en extrañas formas instrumentales, en particular la Sonata de chiesa (lento-rápido-lento-rápido). Estas formas peculiares explican por qué estos conciertos no concuerdan con la forma clásica del concerto grosso. Por ejemplo, el presente Concerto en Mi mayor tiene cuatro partes, pero sólo una de ellas es lenta. Sebastián Aguilera de Heredía comenzó como organista de la catedral de Huesca (1585-1603) y posteriormente se convirtió en “maestro de música” de la catedral La Seo de Zaragoza. En 1618 publicó una colección de obras, de las cuales el sombrío Magnificat à 4-8 fue popular durante mucho tiempo. Sus Tientos (también llamados Obra) en diferentes estilos pertenecen a la mejor música española para órgano de ese período. Además es considerado como el primer representante importante de la Escuela Aragonesa, y sus obras (junto con algunas otras de unos pocos compositores) fueron exportadas a México. Obra de Primero Tono fue escrita originalmente para órgano. La versión aquí interpretada ha sido arreglada para cuerdas por Theo Goedhart. Pieter Hellendaal nació en Rotterdam y ya a la temprana edad de diez años tocaba el órgano en Utrecht. En 1738 vivió en Amsterdam, lo cual se deduce de un anuncio en el que ofrece un órgano casero. Gracias a una beca que le es concedida por parte de un noble, puede estudiar violín y composición con el famoso Tartini en Padua (alrededor de 1740). En 1749 se registra en la Universidad de Leiden, con el propósito de hacer contactos y además pagar menos impuestos. Se le permite sustituir al organista habitual de la iglesia de San Pedro (Pieterskerk) cuando se encontrase indispuesto. Curiosamente, ejercía esta función a unos pocos metros del local del Leids Barok Ensemble – la iglesia Lokhorst – situada al lado de la iglesia de San Pedro. Desafortunadamente para Hellendaal el organista titular sobrevivió a su indisposición y Hellendaal tuvo que buscar otro trabajo, que finalmente le llevó a Inglaterra. Los Concerti Grossi opus 3 fueron publicados en 1758. Todas las obras de Hellendaal fueron compuestas principalmente para aficionados (los cuales abundaban en Inglaterra). En el presente Concerto Grosso, el concertino es ampliado con una parte de viola. En el ripieno, el segundo violín y la viola se alternan. Los conciertos de Hellendaal son sorprendentemente originales: consiguió renovar el “clásico” concerto grosso por medio de motivos caprichosos y un modo poco ortodoxo de componer. Eric Matser / Traducción: Miguel Vicente García |
|
H e t L
e i d s B a r o k E n s e m b l e De Holland - Spanje Barok Connectie Santiago Millas: 14 juli 20:00, Dorpskerk La Iglesia de Santiago Millas Astorga: 15 juli 20:30, Koepelzaal “ El Ergastula “, Museo Romano Manzanares el Reál: 17 juli 21:00, Kerk
Buitrago del
Lozoya: 18 juli 21:00, Plaza de la Muralla
Het Leids Barok Ensemble speelt in de
volgende bezetting: |
||||||||||||||||
|
De Holland - Spanje Barok Connectie In het programma van het LBE tijdens de Spanje tournee zijn twee rode draden te ontdekken: het Concerto Grosso en Europese connecties. Er worden maar liefst drie Concerti Grossi gespeeld en wel van de ‘klassieke’ Corelli, de ‘Hollandse’ Hellendaal en de vader van de ‘Spaanse’ Scarlatti. De Holland-Spanje connectie komt tot uiting in het door de ‘Spaanse’ Italiaan (Boccherini) gecomponeerde cello-concert, gespeeld door de oer-Hollandse celliste Lies Schrier. Wellicht dat onze concerten een bijdrage leveren aan een Europees wij-gevoel (zonder anderen overigens uit te sluiten). Het programma is er naar! Toen Arcangelo Corelli in 1675 in Rome arriveerde heerste daar een kosmopolitische sfeer. De polyfone traditie in Bologna, Franse experimenten met instrumentale muziek, nieuwe opera’s in Venetië en Napels samen met de ontdekking van de technische mogelijkheden van de viool gaven Corelli het gereedschap voor een nieuwe stijl. Zijn Concerti Grossi opus 6 (pas uitgegeven in 1714 in Amsterdam) zijn maatgevend geworden en hebben zelfs het predicaat ‘klassiek’ gekregen, hoewel het in die tijd nog gewoon barok is. Het is ook voor het eerst dat de instrumentale muziek (i.c. het concerto) loskomt van welke religieuze of ceremoniële traditie dan ook. Het belangrijkste kenmerk van een concerto grosso is de afwisseling tussen tutti (ripieno) en soli (concertino). Bij de meeste concerti grossi bestaat het concertino uit twee violen en een cello. Het is moeilijk te begrijpen waarom de sonates en concerti voor strijkorkest van Telemann zijn minst bekende werken zijn. Ze bevatten wonderlijk gevarieerde en fris-charmante muziek, zonder al te veel moeilijke noten. Het LBE heeft al heel wat van deze composities gespeeld (dus aan ons zal het niet liggen). De te spelen sonate is gecomponeerd rond 1730 en is overgeleverd door J.S. Endler, een van de belangrijkste kopiisten van Telemann werken in die tijd. De compositie volgt het vierdelige schema van de Italiaanse sonate. Het is überhaupt een zeer Italiaans aandoend werk. Na de fuga in het tweede deel volgt een sarabande geïnspireerd op dansante stukken van Corelli en Vivaldi. In het laatste deel kan men een Italiaanse sinfonia terughoren. De in Lucca geboren Italiaan Luigi Boccherini was al op jonge leeftijd een bekwaam cellist. Via een contact met de Spaanse ambassadeur in Parijs werd hij in 1770 aangesteld als ‘violoncellist en componist’ aan Spaanse hof. Boccherini werd goed betaald voor zijn diensten, maar is mede als gevolg van niet nagekomen beloften van een uitgever (Pleyel) en ziekte (TBC) in armoedige omstandigheden gestorven. Van Luigi Boccherini zijn 8 celloconcerten overgeleverd. De datering is moeilijk omdat de weinige overgebleven gedrukte exemplaren geen uitgavenummers bevatten. Bovendien is de stijl van Boccherini tussen 1760 en 1790 nauwelijks veranderd. Die stijl zou men vroegklassiek of Rococo kunnen noemen. In het eerst deel van het celloconcert komen ‘klassieke’ elementen ruimschoots voor: het energieke kopmotief (orkestinzet), de contrastrijke en dramatische expositie en de virtuoze soli begeleid door het orkest. In het plechtige adagio wordt de dialoog tussen de solist (cantilenen) en het orkest voortgezet. Het laatste deel gaat veel verder dan de ‘gemiddelde ‘vrolijke uitsmijter’ in de late 18e eeuw: geagiteerde stemming, episodes in mineur en gebruik van vele registers in de cello. Alessandro Scarlatti is vooral bekend als vader van Domenico (die van de clavecimbel-sonates) en als componist van vocale muziek. Zoals vele barokcomponisten verkeerde hij in de hoogste kringen, waar immers zijn broodheren zaten. Hij pendelde in zijn leven tussen Rome en Napels met tussenstop in Florence (i.v.m. de Spaanse Successieoorlog). De Concerti Grossi werden in 1740 door B. Cook te Londen gepubliceerd, 15 jaar na de dood van Scarlatti. Alles wijst erop dat Scarlatti deze werken in de nadagen van zijn carrière heeft gecomponeerd. Scarlatti oriënteert zich in zijn (zeldzame) instrumentale werken met name op de vorm van de sonata da chiesa (langzaam-snel-langzaam-snel), maar niet alles valt natuurlijk in dit stramien. Het Concerto Grosso in E majeur bevat wel vier delen, maar daar is maar één langzaam deel bij. Sebastián Aguilera de Heredía was eerst organist aan de kathedraal van Huesca (1585-1603) en later ‘maestro de música’ aan de La Seo kathedraal in Saragossa. Hij publiceerde een verzameling werken in 1618, waarvan het duistere Magnificat à 4-8 lang in gebruik bleef. Zijn Tientos (ook wel Obra’s genoemd) in verschillende stijlen behoren tot de beste Spaanse orgelmuziek uit die periode. Hij wordt beschouwd als de eerste belangrijke figuur van de Aragonese School. Aguilera de Heredía behoort tot een aantal Spaanse componisten waarvan werk werd geëxporteerd naar Mexico. Het te spelen Obra de Primero Tono is een door Theo Goedhart gemaakte bewerking voor strijkorkest van het gelijknamige orgelstuk. Pieter Hellendaal werd in Rotterdam geboren en was op zijn 10e (!) al organist in Utrecht. In 1738 woonde hij in Amsterdam blijkens een advertentie waarin hij een huisorgel aanbiedt. Dankzij een toelage van een adelijke heer studeerde hij rond 1740 viool en compositie bij niemand minder dan Tartini (in Padua). In 1749 was hij ingeschreven aan de Leidse Universiteit (dit had uitsluitend tot doel beter te kunnen netwerken en minder belasting te betalen). Hij kreeg toestemming de vaste organist van de Pieterskerk te vervangen bij diens ‘indispositie’. Deze functie bekleedde hij dus enkele tientallen meters verwijderd van de thuisbasis van het LBE (!). De vaste organist bleef helaas maar leven en Hellendaal zocht zijn geluk in Engeland. De concerti grossi opus 3 zijn uitgegeven in 1758. De werken van Hellendaal zijn gecomponeerd met uitvoering door amateurs (waarvan er zo veel waren in Engeland) in het achterhoofd. Het concertino is uitgebreid met een altviool en in het ripieno hebben 2e viool en alt afwisselende partijen. Hellendaal wist met zijn originele, soms grillige motieven en met onverwachte wendingen een beproefde vorm nieuw leven in te blazen. Eric Matser |
|
L e i d s B a r o k E n s e m b l e Lies Schrier, cello
The Holland - Spain Baroque Connection
Santiago Millas: July, 14, 20:00, Village Church La Iglesia de Santiago Millas Astorga: July, 15, 20:30, Salle “El Ergastula“, Museo Romano
Manzanares el
Reál: July, 17, 21:00, Church
|
|
Arcangelo Corelli |
Concerto grosso opus 6 nr. 9 in F
|
|
Georg Philip Telemann |
Sonate nr TWV 43: F5, in F
|
|
Luigi Boccherini |
Concerto nr. 2 in D for violoncello and strings |
|
INTERMISSION |
|
|
Alessandro Scarlatti |
Concerto nr. VI in E |
|
Sebastián Aguilera de Heredía
|
Obra de Primo Tono in g |
|
Pieter Hellendaal |
Concerto grosso nr. 5 in D |
|
|
Lies Schrier started her cello lessons with Dries Munnik. She started her professional studies at the Conservatory in Zwolle, The Netherlands, with Jeroen Reuling and Jaap Kruythof. She graduated with a Master Degree Performing Musician in 1999. Next, Lies continued her education with Bernard Greenhouse in Wellfleet, USA. Starting from 2003 she is now second solo cellist in the Ballet and Symphony Orchestra "Holland Symfonia" in Amsterdam. Lies plays a French cello made by Deroux in 1905.
|
Het Leids Barok Ensemble plays in the following formation:
| Violin 1: Violin 2: Viola: Violoncello: Violone: Harpsicord: |
Roelof Balk (leader), Ard Groot, Michiel Hillen Leendert Nooitgedagt, Lise Heide-Jørgensen, Peter Schrier Stan van Heijst, Ellen ten Haaf Eric Matser, Susan Lambrechtsen Ellen de Graaf Theo Goedhart |
|
The Holland - Spain Baroque Connection In the program of this tour through Spain, two important topics will be addressed: the Concerto Grosso and the European connections. Not less than three concerti grossi will be performed: the “classical” Corelli, the “Dutch” Hellendaal and (the father of the) “Spanish” Scarlatti. The Holland-Spain connection is immediately evident by the cello concerto, composed by the Spanish Italian Boccherini, played by the very Dutch cellist Lies Schrier. Perhaps our concerts with this special program will contribute to a general European thought (without excluding other thoughts by the way). When Arcangelo Corelli in 1675 arrived in Rome, the atmosphere was cosmopolitan: a polyphonic tradition in Bologna, French experiments with instrumental music, new operas in Venice and Napels, and the discovery of new technical possibilities of the violin. This altogether, gave Corelli the opportunity to explore a completely new style. His Concerti Grossi opus 6 (published not earlier than 1714 in Amsterdam) have become archetypes and were even characterized as “classical”, although at that time still should be qualified as “baroque”. Also, it is for the first time that instrumental music (i.e. the concerto) has been disconnected from a religious background and ceremonial traditions. The important characteristic of a concerto grosso is the alteration between tutti (ripieno) en soli (concertino). Usually, the concertino consists of two violins and a cello. It is difficult to understand why the sonatas en concerti for strings by Telemann are his least known works. Their content is original and charming, without difficult notes. The Leids Barok Ensemble has a wide experience with this sort of music, so this should work out well (sic). The present sonata is composed around 1730 and has come down to us due to the efforts of J.S. Endler, one of the most important copyists of Telemann’s works at that time. The compostion folows the four-part scheme of the Italian sonata. Actually it is a very Italian (Southern European) work. Subsequent to the second part (a fuge) is a Sarabande inspired by dances by Corelli and Vivaldi. In the last part, you will clearly hear the Italian Sinfonia. The in Lucca born Italian Luigi Boccherini was yet at a young age a very good cellist. Thanks to a contact with the Spanish ambassador in Paris, he was in 1770 appointed as ‘violoncellist and composer’ at the Spanish court. He was well paid for his services, but nevertheless he died shabby and in poor circumstances. This had two reasons: his publisher (Pleyel) did not pay him properly and he got tuberculosis. Eight cello concerti are now known, probably he wrote a lot more. It is difficult to determine the exact date of the concerti because the few that survived do not contain opus numbers. Moreover, the style of Boccherini did not change much between 1760 en 1790, further hampering a good date assessment. The style could be characterized as Pre-classical or Rococo. The first part of the present concerto is conventionally classical: you will recognize an energetic leading motif (at the start, by the orchestra), an exposition full of drama and contrast, and virtuosic soli accompanied by the orchestra. In the solemn adagio, the dialogue between the solo (cantilena) and the orchestra is continued. The final part is much more serious than the average popular tune of that time. We will hear an agitated mood, episodes in minor keys, and the use of a variety of unusual registers in the cello. Alessandro Scarlatti is presumably known as the father of Domenico (who wrote the vast amount of harpsichord sonatas) and as composer of vocal music. Like many baroque composers, he did move in court-circles, where his employers were situated. All his life he shuttled between Rome and Napels, with a stop in Firenze because of the Spanish Succession War. His Concerti Grossi were published in 1740 by B.Cook in London, 15 years after his death. All evidence points to the fact that Scarlatti composed these works in a late stage of his career. In this stage, he focused on instrumental forms, for instance the sonata da chiesa (slow-fast-slow-fast). The present Concerto Grosso in E has four parts indeed, but for a change only one of them is a slow movement. Sebastián Aguilera de Heredía started as organ player at the cathedral of Huesca (1585-1603) and became later “maestro de música” at the La Seo cathedral in Saragossa. In 1618, he published a collection of works, of which the dark Magnificat à 4-8 was popular for a long time. His Tientos (also called Obra’s) in different styles belong to the best Spanish organ music of that period. Furthermore, he is considered as the first important representative of the Aragonese School, and his work was - together with that of a few other composers - exported to Mexico. Obra de Primero Tono was originally written for organ. The here performed version has been arranged for strings by Theo Goedhart. Pieter Hellendaal was born in Rotterdam and already at the age of 10 (!) he played the organ in Utrecht. In 1738 he lived in Amsterdam, which could be concluded from an advertisement in which he offered an house-organ. Thanks to a grant given to him by a noble gentleman, he could study violin and composition with the famous Tartini in Padua (around 1740). In 1749, he was registered at the Leiden University, for the purpose of good networking and paying less taxes. So he got permission to replace the regularly appointed organ-player of the Pieters Church, when he was in bad shape and “not disposed”. Interestingly, he exercised this function not more than a few meters from the home-base of the Leids Barok Ensemble - the Lokhorst Church - located immediately next to the Pieters Church. Unfortunately for Hellendaal the regular organ-player survived his indisposition and Hellendaal had to look for a good job, which he found in England. The concerti grossi opus 3 have been published in 1758. All works of Hellendaal were composed mainly for amateurs (there were many in England). In the present concerto grosso, the concertino is extended with a viola part. In the ripieno, the second violin and viola alternate. The concerti of Hellendaal are unexpectedly original: he succeeded in renewing the “classical” concerto grosso using capricious motives and an unorthodox way of composing. Eric Matser / Translation: Peter Schrier |
Purmerend
28 maart 20:15,
Taborkerk, Maasstraat 2
Diemen
29 maart 15:00,
Schuilkerk “De Hoop”, Hartveldseweg 23
Leiden,
4 april 20:30,
Lokhorstkerk, Pieterskerstraat 1

Het LBE lokte u met verrassend
programma, dat leidt van één barokke noot in Purcells "Fantasia upon one note"
naar een compleet klassiek divertimento in Haydn's strijkkwartet op. 1 no. 3.
Daartussen o.a. een laat-barok – burlesk – werk van Telemann en een
bijna-klassiek – epatherend en grillig – celloconcert van C.Ph.E. Bach. Solist
is de Poolse barokcellist Jerzy Walczak, die eerder in ons ensemble speelde en
verraste met fraai continuospel. Dit alles stond onder inspirerende muzikale leiding
van concertmeester Roelof Balk.
Voor een gedetailleerd programma met
toelichting zie hier
|
|
Jerzy Walczak - geboren in 1978, in Polen studeerde in 2004 af aan de Academy of Music in Wroclaw als modern cellist met een Master diploma. Nu volgt hij aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag de Master opleiding klassiek cello o.l.v. Lucia Swarts. Hij deed vele master classes gecoached door o.a. Anner Bijlsma, Hidemi Suzuki, Reiner Zipperling, Bart van Oort, Lucy van Dael, Alfredo Bernardini. Hij treedt op als solist en speelt in een aantal vroege muziek ensembles zoals Camerata da Fusignana, Nova Silesia, Ensemble Barocum, Het Luthers Bach Ensemble en de Wallfish Band. |
Het LBE speelde deze sessie in
de volgende bezetting:
Roelof Balk, Peter Schrier, Ard Groot, Erik Hense, Christian Jünemann,
Wibe Moll, Lise Heide-Jørgensen, Barbara ten Kate, Matthieu van Gelderen, Stan van
Heijst, Petra de Man, Eric Matser, Piet Versteeg en Theo Goedhart
Europese barokmuziek voor een Nepalees kinderhuis
MAARSSEN, zaterdag 4 oktober, 20:00,
Dorpskerk, Kerkweg 19
VREELAND, zondag 5 oktober, 15:00, Grote of St.
Nicolaaskerk, Kerkplein 1
LEIDEN, zaterdag 11 oktober, 20:30, Waag, Aalmarkt
21
Het concert in
Maarssen was een benefietconcert dat we geven ten bate van de Stichting
Youth in Nepal, die zich o.a. sterk maakt voor opvang van oorlogsgetroffen
kinderen. Ook op onze concerten in Vreeland en Leiden gaan we hiervoor ‘met de
pet rond’ voor een vrijwillige bijdrage. Voor dit doel spelen we muziek uit alle
windstreken van Europa: theatermuziek uit Engeland, een parelend
vioolconcert van de Fransman Leclair, Italiaanse poëzie in een
Concerto Grosso van Geminiani, meesterlijke Duitse barok van Telemann en
prachtige muziek in de pan-Europese stijl van super-Europeaan Georg
Muffat.
Solist was de Europees georiënteerde Nederlandse violist Franc Polman. Hij
bespeelt een viool van de Amsterdamse vioolbouwer Hendrik Jacobs uit 1701.
Concertmeester is Roelof Balk.
Toegangsprijzen: Maarssen: Eu 12,50, Vreeland: gratis (vrijwillige bijdrage na
afloop), Leiden: Eu 10,00/Eu 8,00.
In H e t L B E speelden in deze sessie mee: Barbara ten Kate, Christian
Jünemann, Eric Matser, Erik Hense, Marieke Jas, Matthieu van Gelderen, Peter
Schrier, Petra de Man, Piet Versteeg, Renske Ligtmans, Roelof Balk, Theo
Goedhart en Wiveka Elion.

F r a n c P o l m a n studeerde aan het Sweelinck Conservatorium Amsterdam bij Bouw Lemkes. Hij volgde masterclasses bij Sandor Végh, Berl Senofsky en voor oude muziek bij Jaap Schröder, Lucy van Dael, Elisabeth Wallfisch en Fabio Biondi. Met het European Community Chamber Orchestra maakte hij vele tournees, als solist trad hij ermee op in Hong Kong, Taiwan en Italië. Jarenlang speelde hij bij de eerste violen in Nieuw Sinfoniëtta Amsterdam. Hij was concertmeester van het Londense Covent Garden Festival Orchestra en van het Combattimento Consort Amsterdam. Als concertmeester van Musica ad Rhenum en van Nova Stravaganza (Keulen) maakt hij ook vele cd-opnames. Hij neemt regelmatig deel aan projecten van Les Musiciens du Louvre, het Orkest van de Achttiende Eeuw, het Apollo ensemble en Musica Amphion. Daarnaast is Franc Polman actief in vele kamermuziekensembles, zoals het Nepomuk Fortepiano Quintet, de Van Swieten Society, voor kamermuziek uit het klassieke en voegromantische repertoire, het Aeole Broken Consort en La Suave Melodia, alles op authentieke instrumenten. Met fortepianiste Riko Fukuda vormt hij een duo. Sinds 2006 maakt hij deel uit van het Schuppanzigh strijkkwartet in Duitsland. Hij is artistiek leider van barokensemble ‘Eik en Linde’.
Op het programma, met als
thema "80 seizoenen LBE", stonden werken van componisten die we de
afgelopen 20 jaar steeds met veel plezier gespeeld hebben: Handel, Van Wassenaer
en Biber. Geheel nieuw en feestelijk was een selectie uit
hofmuziek van Louis XIII verzameld door de Franse componist/uitgever A. Philidor. Solist
was
Peter Brunt,
viool, in twee concerten (Zomer en Winter) uit de Vier Jaargetijden van Vivaldi.
Concertmeester was Roelof Balk.
Het programma van het allereerste concert en recensies uit de beginperiode
van het LBE vindt u in de rubriek "Over het LBE"

Peter Brunt studeerde
aan het Conservatorium van Amsterdam bij Davina van Wely en Herman Krebbers en
vervolgde zijn studie aan de Juilliard School,New York bij Dorothy Delay en bij
Sandor Vegh in Salzburg. Hij won op het Nationaal Vioolconcours in 1981 de
hoofdprijs en werd op verschillende buitenlandse concoursen onderscheiden. Peter
Brunt is veelvuldig als solist opgetreden met orkesten in binnen- en buitenland.
Hij maakte een CD opname van het vioolconcert “Glenz” dat Willem Jeths voor hem
heeft gecomponeerd. Hij was enige jaren aanvoerder tweede violen bij het
Koninklijk Concergebouworkest, vervolgens was hij concertmeester bij Sinfonietta
Amsterdam en sindsdien gast-concertmeester bij verschillende orkesten,
o.m.Sinfonietta Amsterdam, Basel Kammerorchester, Residentieorkest en het
Rotterdams Philharmonisch Orkest. Hij was jarenlang violist van het Osiris Trio
en trad in deze periode op in prestigieuze zalen als Carnegie Hall, Wiener
Konzerthaus, Kölner Philharmonie en de Wigmore Hall en nam een veelvoud aan CD’s
op, in repertoire van Haydn tot en met speciaal voor het trio geschreven werk.
Momenteel is hij actief in verschillende kamermuziekcombinaties, o.a. met
Isabelle van Keulen, Lars Wouters van den Oudenweijer en het Jupiter String
Trio. Peter Brunt is hoofdvakdocent aan de conservatoria van Den Haag en
Amsterdam.
Het Leids Barok Ensemble
is in juni 1988 opgericht en bestaat uit 14 strijkers en een klavecinist. Om
het klankideaal van de baroktijd zo dicht mogelijk te benaderen, spelen de
strijkers op darmsnaren en zijn de instrumenten lager gestemd dan gebruikelijk
in de moderne concertpraktijk. Ook met de wijze van spelen (vingerzetting,
frasering, articulatie en stokvoering) probeert het ensemble zoveel mogelijk de
uitvoeringspraktijk van de barokperiode te benaderen. De meeste strijkers spelen
met kopieën van authentieke barokstrijkstokken, gemaakt door o.a. Gerhard
Landwehr, Willem Bouman, André Klaassen en Jan Strumphler. Het LBE treedt op als
een zeer hechte groep, zonder dirigent. De inspirerende leiding van
concertmeester Roelof Balk leidt steeds tot overtuigende interpretaties, maar
laat tevens ruimte voor individuele inbreng, waardoor een spontane, verrassende
dialoog ontstaat, die zo kenmerkend is voor het ensemble. Het LBE is in het
verleden gecoacht door o.a. Jan Willem de Vriend, Wim ten Have, Lucia Swarts en
Tjitte de Vries. Sinds de oprichting heeft het ensemble meer dan 250 concerten
gegeven in binnen en buitenland, met succesvolle tournees naar o.a. Rome, Londen
(Lufthansa Barock Festival), Wenen, Kopenhagen, Italië (Toscane) en Frankrijk (Provence).
Deze sessie speelden mee:
Barbara ten Kate, Christian Jünemann, Else van Ommen, Ellen de Graaf, Eric
Matser, Erik Hense, Jerzy Walcz, Lise Heide-Jørgensen, Marieke Jas, Matthieu van Gelderen,
Peter Schrier, Roelof Balk, Stan van Heijst, Theo Goedhart, Ulrike
Wiebel, Wibe Mol en Wiveka Elion.
Zaterdag 1 december 2007 in
Ammerstol, 20.00 uur, Kerk van Ammerstol, Kerkplein 4
Zondag 2 december 2007 in Delft, 15.00 uur, Oud Katholieke Kerk, Bagijnhof 21
Zaterdag 8 december 2007 in Leiden, 20.30 uur, Lokhorstkerk, Pieterskerkstraat 1
Soliste was Nadia Wijzenbeek, viool, concertmeester Roelof Balk.
Op het programma stonden werken van o.a. Charles Avison (Concerto grosso in d naar een pianosonate van Scarlatti), Jean-Baptiste Lully (Ouverture "le Bourgeois Gentilhomme"), Muffat (Sonata III uit "Armonico Tributo"), Alessandro Scarlatti (Concerto grosso in d), Scheidt en Tartini (Vioolconcert in G, D80).
Het programma vindt u hier .
Het LBE speelde werken van Europees georiënteerde
componisten:
Charles Avison, Engelsman: schreef hij Engelse muziek, of speelde hij
leentjebuur?
Muffat: Schotse vader, Franse moeder, beschouwde zichzelf als Duitser, maar wat
voor muziek schreef hij?
Lully: Ouverture “De Rijke Koopman”, stal hij een idee van Molière? Scheidt:
Canzon “O Nachbar Roland”, wat had hij met zijn buurman?
Alessandro Scarlatti: Italiaan, werd beroemd aan het Spaanse hof, maar ging
failliet aan speelschulden.
Tartini: Sloveen, raak-te zo begeesterd door het vioolspel van de Italiaan
Veracini, dat hij van virtuositeit een levenswerk maakte en een ware voorloper
van Paganini werd. Hij trok uit heel Europa leerlingen aan….. Nadia Wijzenbeek
heeft zich met groot succes gewaagd aan een van zijn vioolconcerten!

Nadia Wijzenbeek kreeg haar eerste vioollessen van haar tante Coosje Wijzenbeek en vervolgens van Elisabeth Perry en Herman Krebbers aan het Conservatorium van Amsterdam, waar zij in 2001 met onderscheiding afstudeerde. Nadia vervolgde haar studie in Londen bij David Takeno aan de Guildhall School of Music and Drama, waar zij haar Masters Degree met onderscheiding behaalde. Momenteel bekleedt Nadia een Fellowship aan deze school. Nadia won diverse prijzen op het Prinses Christina Concours, de Iordens Viooldagen, het Herman Krebbers Concours, het Davina van Wely Concours en het Nationaal Vioolconcours Oskar Back. Tevens won zij kamermuziek prijzen tijdens het Charles Hennen Concours en het Dorothy Adams String Quartet Competition. Recent won Nadia de Philip and Dorothy Green Award for Young Concert Artists.
Le LBE à l'eglise de Lemps (juillet 2007)
Le célèbre Leids Barok Ensemble (LBE) a donné des concerts à
Lemps (26), le mercredi 18 juillet, Eglise St. Pierre
St Etienne le Laus (05), le jeudi 19 juillet, Notre Dame du Laus
Savines-le Lac (05), le vendredi 20 juillet, Eglise
Taninges (74), le dimanche 22 juillet, Eglise St. Jean Baptiste, 18:00 hr
Sous la direction du chef de pupitre Roelof Balk, l’ensemble a joué des œuvres de Gluck (Suite Don Juan), Haydn (Concerto pour violoncelle 1), Vivaldi (Alla Rustica), Händel (Concerto grosso op.6 no 7), Muffat (Armonico Tributo, Sonata 3) et Purcell (Ouverture Staircase).
Beaucoup de pièces intéressantes et
originales dans ce programme! (
> Programme )
Le violoncelliste Roeland Duijne a produit en soliste dans le concerto
pour violoncelle de Haydn.
Après la tournée du Leids barok ensemble en 2003 en France ( > Over het LBE ) avec Roeland Duijne, nous sommes très heureux que ce musicien extraordinaire a visité France pour la deuxième fois.
Fondé en 1988,
le Leids Barok Ensemble est composé de 14 instruments à cordes et d’un
clavecin. Afin de s’approcher le plus possible du timbre idéal de l’époque, les
musiciens jouent sur des cordes de boyau et les instruments sont accordés un
demi-ton plus bas que le ton utilisé dans l’exécution des concerts
contemporains. Le mode de jeu (doigté, ponctuation, articulation et manière de
tenir l’archet) est également différent.
Le Leids Barok Ensemble se présente comme un groupe très soudé, sans chef
d’orchestre, et il en ressort toujours des interprétations convainquantes, qui
laissent la place à un apport individuel. Le résultat en est un dialogue
spontané et surprenant, caractéristique de l’ensemble.
Roeland Duijne
commence le violoncelle à neuf ans. Il étudie avec Tibor de Machula, Anner
Bijlsma (Conservatoire Royal de La Haye), Maurice Gendron (Conservatoire
National Supérieur) et Janos Starker (Université de L’Indiana, Bloomington). Il
fait ses débuts de soliste en 1984 avec le concerto pour violoncelle d’Elgar,
lors d’une tournée en Hollande avec l’Orchestre National Universitaire.
De nombreuses représentations suivront. Après avoir joué avec l’Ensemble
Intercontemporain, dirigé par Pierre Boulez, Roeland Duijne devient membre
du Quintette de Paris, avec lequel il part en tournée dans toute la
France. Plusieurs tournées l’emmènent en Extrême-Orient : il joue en soliste
avec les Orchestres Symphoniques de Shangaï, Pékin, Canton, Singapore et Macau
de même qu’avec le pianiste Rié Tanaka à Sapporo et à Tokyo.
Roeland s’intéresse également à la musique pop et au jazz. Il vient
d’enregistrer le concerto de Friedrich Gulda avec le Jugendblasorchester
Nordrhein-Westfalen (Allemagne) lors de leur dernière tournée aux
Etats-Unis. Il apporte également une contribution particulière avec son groupe
de pop Mellow Cello.
En 1999 il intègre l’Orchestre de Chambre d’Irlande en tant que
violoncelliste solo et depuis Septembre 2006 il remplit le même poste à l’Orchestre
de Chambre Magogo. Roeland Duijne joue sur un violoncelle Giuseppe Sgarbi
fabriqué en 1853.
BACH EN DON JUAN??
Wat heeft de sobere, vrome, hardwerkende en diepzinnige Johann Sebastiaan Bach gemeen met de losbandige, ongeremde, op uiterlijk vertoon werkende Don Juan / Don Giovanni? Don Juan, de voorbode van Mozarts onovertroffen opera.........
Voor wie zich altijd al afvroeg "waar haalde W.A. het toch vandaan?":
Het antwoord is gegeven op een van onze laatste concerten:
zaterdag 17 maart 2007, 20.00 uur, Buren, St. Lambertuskerk, Markt 4
zaterdag 24 maart 2007, 20.30 uur, Oegstgeest, Regenboogkerk, Mauritslaan 12
zondag 25 maart 2007, 15.00 uur, Diemen, Schuilkerk De Hoop, Harteveldseweg 23
Solist was Ricardo Gonzalez, traverso, concertmeester Roelof Balk.
Op het programma stonden de volgende werken:
Muffat, Armonico tributo, Sonate nr. 2 in g,
Vivaldi, Sinfonia Alla Rustica in G,
Scarlatti, Sinfonia nr. 7 in C,
Bach, Suite nr. 2 in b voor traverso en strijkers
Gluck, delen uit de suite Don Juan in D
Zie voor de recensie hier
Het LBE gaf de volgende concerten:
Zaterdag 30 september in Obergum (Gr), Kerk, 20:00 uur,
Zondag 1 oktober in Groningen / Lutherse Kerk 14:00 uur en
Zaterdag 7 oktober in Leiden, Lokhorstkerk 20:30 uur.
Op het programma stonden werken van G.F.Händel (Concerto Grosso op.6 no.7),
Vivaldi (celloconcerten in b kl.t. RV424 en a kl.t. RV418), de Mondonville (de
eerste en vierde sonate) en Mozart
(Divertimento in F KV 138). Soliste was Marike Tuin, barokcello, concertmeester Roelof
Balk.
Het programma met toelichting vindt u hier.
Het LBE speelde op 1 april in Schoorl en op 8 april in Leiden
Zie hier voor de recensie van het concert Leiden.
LBE speelde op 1 april in Schoorl en op 8 april in Leiden
NH Kerk Schoorl
Het LBE gaf concerten op zaterdag 1 april 20.00 uur in de Schoorlse Kerk, Duinweg 5, 1871 AC Schoorl en op zaterdag 8 april 20.30 uur in Leiden (Lokhorstkerk, Pieterskerkstraat 1, 2311 SV Leiden).
Op het programma stonden werken van o.a. G.F.Händel (Concerto Grosso op. 6 no. 10), Henry Purcell (Ouverture in g) en William Lawes (Set for six-part consort in F). Ook stond er weer een topwerk van Evaristo Felice Dall'Abbaco (Concerto a quatro da chiesa Op.2 no.7) op het programma, de componist waar we de vorige serie concerten zoveel succes mee hadden (luister hier naar een opname uit Siena, Italië).
Geheel nieuw was Romanus Weichlein een Oostenrijkse componist ons warm aanbevolen door een van onze zeer trouwe fans, Jac Peeters. Dit niet niet alleen omdat het prachtige, vrijwel onbekende muziek is, maar ook omdat Weichlein 300 jaar geleden in 1706 overleed en we dus het Weichlein jaar beleven (genoeg Mozart en Sjostakovitsj).
Soliste op dit concert was Clare Beesley, traverso. Zij speelde het fluitconcert in D ('Pour Potsdam') van Joachim Quantz, een van de zeer vele die deze componist schreef, maar wel een uitzonderlijk virtuoze, nauwelijks speelbare, waarin Clare zich geheel kon uitleven.
Concertmeester was Roelof Balk.
Voor het programma zie hier.
Voor de recensie in het Leidsch Dagblad door Lidy van der Spek zie hier
Concert Terheijden
Witte Kerkje Terheijden
Het LBE heeft op zondag 11 december 15.30 een concert in de Witte Kerk in Terheijden in de serie theeconcerten gegeven. Klik hier voor info over de theeconcerten, of mail naar theeconcertterheijden@wanadoo.nl.
Het LBE speelde een deel van het programma van 17 september in Leiden met Jennifer Paulino als soliste in de aria's van Vivaldi. Nieuw was een pittig, geestig Concerto van Telemann. Het gedetailleerde programma vindt u hier (Programma Terheijden).
Op donderdag 8 december
2005 heeft het Het LBE het programma van Terheijden gespeeld tijdens een besloten
bijeenkomst in Veldhoven.
Leiden
1643 door Jan van Goyen
Het meest recente concert van Het LBE in Leiden was
op 17 september 2005, 20.15 in de Lokhorstkerk,
met het programma van de Italiaanse tournee:
Francesco Geminiani: Concerto Grosso Op.3 No 2 in g minor
Heinrich von Biber: Sonata per archi a 5
Georg Muffat: Armonico Tributo, Sonata di Camera No 1 in D major
Antonio Vivaldi: - Motet 'In furore iustissimae irae'
- Aria from 'Farnace': 'Gelido in ogni vena'
Conte Unico van Wassenaer: Concerto Harmonico No 5 in f minor
Evaristo Felice Dall´Abaco: Concerto a piu istrumenti Op. 5 No 6 in D major
Concertmeester is Roelof Balk, soliste Jennifer Paulino, sopraan.
Voor uitgebreid programma zie:
Programma 17 september
naar begin van de pagina
Florence
Het LBE is van 3 - 10 juli 2005 op tournee in Italië geweest en heeft de volgende concerten gegeven:
July 5, Florence, Santa Maria dei Ricci
July 6,
Perugia, Chiesa di Santa Giuliana
July 7,
Arezzo, Piazza San Domenico
July 8, Chianciano Terme, Hotel Sant’Antonio
July 9, Siena, Santissima Annunziata (tegenover de Dom)
Concertmeester was Roelof Balk, soliste Nicola Wemyss.
Zie
voor details en programma:
Programma Italië
Repetitie voor een openluchtconcert in Arezzo
Luister (klik op de foto) naar de Chaconne van Dall'Abbaco zoals gespeeld in Siena in de Santissima Annunziata:
|
Het Leids Barok Ensemble concerteerde in oktober in Broek en Waterland, Abcoude en Leiden. Onder leiding van concertmeester Roelof Balk bracht het LBE een programma geïnspireerd op Leidens Ontzet. Op 3 oktober 1574 werd Leiden ontzet na een Spaanse belegering (5000 man) van bijna een jaar; 6000 van de 18000 inwoners zijn tijdens deze belegering omgekomen, niet door beschietingen en bestormingen, maar van de honger en de pest. Het LBE speelt werken, die op een of andere manier verband houden met Leidens Ontzet: Hellendaal (werkte kort in Leiden), Schmelzer (Fechtschule, strijdende legers), Boccherini (leefde in Spanje), Telemann, Suite Don Quichotte (vechtte weliswaar tegen de molens, maar wat is nu Spaanser dan Don Quichotte), en Ignaz Holzbauer (1711-1783). Van deze laatste wordt een dubbelconcert voor altviool en cello gespeeld dat spanning en ontspanning tussen twee naties (Holland en Spanje) symboliseert in de vorm van twee instrumenten die contrasteren alsook harmoniseren. In dit concert soleerde het nu eens wedijverende, dan weer innig versmeltende duo Nils Wibolt, cello en Deirdre Dowling, altviool.
|
|
|
De Australische violiste Deirdre Dowling kwam na haar studie in 2001 naar Nederland om barokviool, klassiek altviool, en historische uitvoeringspraktijk te studeren bij Elizabeth Wallfisch, Enrico Gatti en Jaap ter Linden. In Australie was zij plaatsvervangend solo-altvioliste in het Australian Brandenburg Orchestra (Sydney). Met dit orkest maakte zij tournees door Australië en Europa en concerteerde met musici als Andreas Scholl, Andreas Staier, Eric Hoeprich and Mark Destrube. Zij heeft zich in Nederland gevestigd en concerteert nu met verscheidene orkesten, waaronder Concerto Köln and het Orkest van de the Nederlandse Bachvereniging. |
|
|
De bekende cellist Nils Wiebolt studeerde aan de Musikhochschule Trossingen en aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag, waar hij zijn diploma barokcello behaalde en zich ook bij Jaap ter Linde specialiseerde in de historische uitvoeringspraktijk. In 1991 won Nils de eerste prijs alsook de 'Rovere d'Oro Special Prize' op het Rovere d'Oro concours in Italy. Op de het Concours Musica Antiqua in Brugge won hij in 2000 de tweede prijs. In de afgelopen jaren heeft Nils in een aantal orkesten gespeeld en veel kamermuziek gemaakt in Europa, Japan, de Verenigde Staten, het Midden Oosten en Rusland. In 1998 was hij solocellist European Union Baroque Orchestra. Nils Wieboldt was solocellist van Les musiciens du Louvre-Grenoble (Marc Minkowski) en speelde o.a. in het Orkest van de 18e Eeuw (Frans Brüggen). Hij heeft gesoleerd met het L'Orfeo Barockorchester en in 1999 met het Leidse Barok Ensemble in het virtuose celloconcert van C.P.E. Bach. Recente engagementen omvatten solocellistschappen van de Academy of Ancient Music, Cappella Figuralis en de Rheinische Kantorei. In 2002 is Nils benoemd als gasthoogleraar aan de University van Stellenbosch, Zuid-Afrika. Nils heeft talrijke opnamen gemaakt, o.a. voor de BBC, SWR Radio Stuttgart, WDR Köln, and NCRV Televisie. Nils bespeelt een zeldzame barokcello gebouwd door Jaques Boquay in 1710. |
Het Leids Barok Ensemble speelde in de volgende bezetting:
Viool 1: Roelof Balk (concertmeester, muzikale leiding), Peter Schrier,
Erik Hense en Else van Ommen
Viool 2: Wibe Moll, Barbara ten Kate en Lise Heide-Jørgenson
Altviool: Stan van Heijst en Marieke Jas
Cello: Petra de Man en Eric Matser
Contrabas: Alexander Thepass
Klavecimbel: Theo Goedhart
|
|