Recente Concerten

Beginpagina
Contact Informatie
Het Ensemble
Recente Concerten
Komende Concerten
Over het LBE
Alleen orkestleden

Ga terug naar:  [Beginpagina]

Inhoud van deze pagina:
Mei 2010 (WBVE)
Februari/maart 2010
September 2009
Juli 2009
(Spanje)
Maart 2009
Oktober 2008
Juni 2008
December 2007

Juli 2007 (Frankrijk)
Maart 2007 (Don Juan)
September/oktober 2006 (Groningen)
April 2006 (Duivelse Barok)
December 2005 (Terheijden)
September 2005 (Leiden, Programma Italië)
Juli 2005 (Italië)
Oktober 2004 (Leidens Ontzet)

 

Klik voor recente programma's naar:
[Concertoverzicht]
[Feb/Mrt 2010]
[Maart 2009]
[Oktober 2008]
[Juni 2008]
[V Wassenaer 2008]
[December 2007]
[Frankrijk 2007]
[Oktober 2006]
[April 2006]
[Terheijden 2005]
[Italie 2005]
[Juni 2004]
[Maart 2004]
[December 2003]


Recentste concerten door Het LBE met het William Byrd Vocaal Ensemble:

    

 

Recensie Leidsch Dagblad 26 april 2010

zie ook: William Byrd Vocaal Ensemble

 


Ransdorp Limmen/Leiden februari/maart 2010

Leids Barok Ensemble eerde Graupner
 

 

    (Leids Dagblad 8 maart 2010)


 

Judith Steenbrink speelde met Het LBE een vioolconcert van Cristoph Graupner, die 250 jaar geleden stierf. Graupner is heden ten dage een nauwelijks bekende componist, maar in zijn tijd was hij zeer gevierd: hij won het zelfs ooit van Bach als cantor van de Thomaskirche. Het vioolconcert is weinig gespeeld, er zijn geen cd opnamen van en het LBE bood hier een unieke kans om een zeer origineel en interessant werk te beluisteren. Er stond nog een bijzonder werk op het programma: een zeer geestige bewerking van clavecimbelmuziek van Rameau door een onbekende tijdgenoot. Verder toppers van Locatelli, Handel en Van Wassenaar.
 

Programma:

Pietro Antonio Locatelli Introduzione Teatrale, op.4 no.6 in C
Unico Wilhelm van Wassenaer Concerto Armonico no.4 in G
Cristoph Graupner Vioolconcert in A, GWV 377
Jean Philippe Rameau Premier Concert en sextuor in in c
Georg Friedrich Händel Concerto Grosso op.6 no.8 in c

Concertmeester was Roelof Balk.

 

Soliste in het vioolconcert van Graupner was
Judith Steenbrink.
 

Vanaf 1995 studeerde Judith Steenbrink bij Alda Stuurop aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Daarna vervolgde ze haar studie bij Lucy van Dael aan het Sweelinck Conservatorium te Amsterdam. Ook volgde zij masterclasses bij Enrico Gatti en John Holloway. Zij werd uitgenodigd om deel te nemen aan de 2001-2 European Union Baroque Orchestra tournee waarmee zij concerten, radio, tv en cd opnames door de hele wereld maakte. Sindsdien speelt zij in barokorkesten zoals Concerto Copenhagen, Cantus Cölln en The Amsterdam Baroque Orchestra. Ook is zij als concertmeester vebonden aan de European Union Baroque Orchestra en Tallinn Baroque Orchestra. Als gastdocent doceert zij regelmatig aan oa Artez Conservatorium en het conservatorium in Bucharest. Zij speelt in het kamermuziek ensemble Movimento en samen met haar tweelingzus Tineke Steenbrink (orgel en klavecimbel) vormt zij Ensemble Séverin. Judith is een van de oprichters van Holland Baroque Society.

 

 



















 


Leiden/Wassenaar September 2009


 

Lies Schrier begon haar cellolessen bij Dries Munnik. Vervolgens studeerde zij bij Jeroen Reuling en Jaap Kruythof aan het conservatorium Zwolle, waar zij haar diploma Uitvoerend Musicus behaalde in 1999. Daarna vervolgde zij haar opleiding bij Bernard Greenhouse in Wellfleet, USA. Sinds 2003 is zij plaatsvervangend solocellist in ballet- en symfonieorkest Holland Symfonia te Amsterdam. Zij bespeelt een Deroux, een Franse cello uit 1905.

 

 

                                       PROGRAMMA
 

H e t    L e i d s    B a r o k    E n s e m b l e
 
met

Lies Schrier, cello

 De Holland - Spanje Barok Connectie

 Leiden: 26 september 2009, 20:30, Lokhorstkerk, Pieterskerkstraat 1
Benefietconcert Wassenaar: 27 september 2009, 19:15, Dorpskerk, Plein 3 

Arcangelo Corelli
(1653-1713)

Concerto grosso opus 6 nr. 9 in F
 

Georg Philip Telemann
(1681-1767)

Sonate nr TWV 43: F5, in F
 

Luigi Boccherini
(1743-1805)

Concerto nr. 2 in D voor violoncello en strijkers
Soliste: Lies Schrier, cello
 

Alessandro Scarlatti
(1660-1725)

Concerto nr. VI in E

Sebastián Aguilera de Heredía
(
ca. 1565- na 1620)

Obra de Primo Tono in g
Oorspronkelijk voor orgel, voor strijkers bewerkt door Theo Goedhart 

Pieter Hellendaal
(1721-1799)

Concerto grosso nr. 5 in D
 

 


Het Leids Barok Ensemble speelt in de volgende bezetting:
 
 Viool 1:                 Roelof Balk (concertmeester, muzikale leiding), Ard Groot, Michiel Hillen, Wibe Moll
 Viool 2:                 Leendert Nooitgedagt, Lise Heide-Jørgensen, Peter Schrier, Christian Jünemann
 Altviool:                Stan van Heijst, Ellen ten Haaf, Barbara ten Kate
 Cello:                    Eric Matser, Susan Lambrechtsen
 Violone:                Ellen de Graaf
 Clavecimbel:        Theo Goedhart

 

 

                           PROGRAMMA TOELICHTING

 

De Holland - Spanje Barok Connectie

In het programma van de Spanje tournee zijn twee rode draden te ontdekken: het Concerto Grosso en Europese connecties. Er worden maar liefst drie Concerti Grossi gespeeld en wel van de ‘klassieke’ Corelli, de ‘Hollandse’ Hellendaal en de vader van de ‘Spaanse’ Scarlatti. De Holland-Spanje connectie komt tot uiting in het door de ‘Spaanse’ Italiaan (Boccherini) gecomponeerde celloconcert, gespeeld door de oer-Hollandse celliste Lies Schrier. Wellicht dat onze concerten een bijdrage leveren aan een Europees wij-gevoel (zonder anderen overigens uit te sluiten). Het programma is er naar!

Toen Arcangelo Corelli in 1675 in Rome arriveerde heerste daar een kosmopolitische sfeer. De polyfone traditie in Bologna, Franse experimenten met instrumentale muziek, nieuwe opera’s in Venetië en Napels samen met de ontdekking van de technische mogelijkheden van de viool gaven Corelli het gereedschap voor een nieuwe stijl. Zijn Concerti Grossi opus 6 (pas uitgegeven in 1714 in Amsterdam) zijn maatgevend geworden en hebben zelfs het predicaat ‘klassiek’ gekregen, hoewel het in die tijd nog gewoon barok is. Het is ook voor het eerst dat de instrumentale muziek (i.c. het concerto) loskomt van welke religieuze of ceremoniële traditie dan ook. Het belangrijkste kenmerk van een concerto grosso is de afwisseling tussen tutti (ripieno) en soli (concertino). Bij de meeste concerti grossi bestaat het concertino uit twee violen en een cello.

Het is moeilijk te begrijpen waarom de sonates en concerti voor strijkorkest van Telemann zijn minst bekende werken zijn. Ze bevatten wonderlijk gevarieerde en fris-charmante muziek, zonder al te veel moeilijke noten. Het LBE heeft al heel wat van deze composities gespeeld (dus aan ons zal het niet liggen). De te spelen sonate is gecomponeerd rond 1730 en is overgeleverd door J.S. Endler, een van de belangrijkste kopiisten van Telemann werken in die tijd. De compositie volgt het vierdelige schema van de Italiaanse sonate. Het is überhaupt een zeer Italiaans aandoend werk. Na de fuga in het tweede deel volgt een sarabande geïnspireerd op dansante stukken van Corelli en Vivaldi. In het laatste deel kan men een Italiaanse sinfonia terughoren.

De in Lucca geboren Italiaan Luigi Boccherini was al op jonge leeftijd een bekwaam cellist. Via een contact met de Spaanse ambassadeur in Parijs werd hij in 1770 aangesteld als ‘violoncellist en componist’ aan Spaanse hof. Boccherini werd goed betaald voor zijn diensten, maar is mede als gevolg van niet nagekomen beloften van een uitgever (Pleyel) en ziekte (TBC) in armoedige omstandigheden gestorven. Van Luigi Boccherini zijn 8 celloconcerten overgeleverd. De datering is moeilijk omdat de weinige overgebleven gedrukte exemplaren geen uitgavenummers bevatten. Bovendien is de stijl van Boccherini tussen 1760 en 1790 nauwelijks veranderd. Die stijl zou men vroegklassiek of Rococo kunnen noemen. In het eerst deel van het celloconcert komen ‘klassieke’ elementen ruimschoots voor: het energieke kopmotief (orkestinzet), de contrastrijke en dramatische expositie en de virtuoze soli begeleid door het orkest. In het plechtige adagio wordt de dialoog tussen de solist (cantilenen) en het orkest voortgezet. Het laatste deel gaat veel verder dan de ‘gemiddelde ‘vrolijke uitsmijter’ in de late 18e eeuw: geagiteerde stemming, episodes in mineur en gebruik van vele registers in de cello.

Alessandro Scarlatti is vooral bekend als vader van Domenico (die van de clavecimbel-sonates) en als componist van vocale muziek. Zoals vele barokcomponisten verkeerde hij in de hoogste kringen, waar immers zijn broodheren zaten. Hij pendelde in zijn leven tussen Rome en Napels met tussenstop in Florence (i.v.m. de Spaanse Successieoorlog). De Concerti Grossi werden in 1740 door B. Cook te Londen gepubliceerd, 15 jaar na de dood van Scarlatti. Alles wijst erop dat Scarlatti deze werken in de nadagen van zijn carrière heeft gecomponeerd. Scarlatti oriënteert zich in zijn (zeldzame) instrumentale werken met name op de vorm van de sonata da chiesa  (langzaam-snel-langzaam-snel), maar niet alles valt natuurlijk in dit stramien. Het Concerto Grosso in E majeur bevat wel vier delen, maar daar is maar één langzaam deel bij.

Sebastián Aguilera de Heredía was eerst organist aan de kathedraal van Huesca (1585-1603) en later ‘maestro de música’ aan de La Seo kathedraal in Saragossa. Hij publiceerde een verzameling werken in 1618, waarvan het duistere Magnificat à 4-8 lang in gebruik bleef. Zijn Tientos (ook wel Obra’s genoemd) in verschillende stijlen behoren tot de beste Spaanse orgelmuziek uit die periode. Hij wordt beschouwd als de eerste belangrijke figuur van de Aragonese School. Aguilera de Heredía behoort tot een aantal Spaanse componisten waarvan werk werd geëxporteerd naar Mexico. Het te spelen Obra de Primero Tono is een door Theo Goedhart gemaakte bewerking voor strijkorkest van het gelijknamige orgelstuk.

Pieter Hellendaal werd in Rotterdam geboren en was op zijn 10e (!) al organist in Utrecht. In 1738 woonde hij in Amsterdam blijkens een advertentie waarin hij een huisorgel aanbiedt. Dankzij een toelage van een adelijke heer studeerde hij rond 1740 viool en compositie bij niemand minder dan Tartini (in Padua). In 1749 was hij ingeschreven aan de Leidse Universiteit (dit had uitsluitend tot doel beter te kunnen netwerken en minder belasting te betalen). Hij kreeg toestemming de vaste organist van de Pieterskerk te vervangen bij diens ‘indispositie’. Deze functie bekleedde hij dus enkele tientallen meters verwijderd van de thuisbasis van het LBE (!). De vaste organist bleef helaas maar leven en Hellendaal zocht zijn geluk in Engeland. De concerti grossi opus 3 zijn uitgegeven in 1758. De werken van Hellendaal zijn gecomponeerd met uitvoering door amateurs (waarvan er zo veel waren in Engeland) in het achterhoofd. Het concertino is uitgebreid met een altviool en in het ripieno hebben 2e viool en alt afwisselende partijen. Hellendaal wist met zijn originele, soms grillige motieven en met onverwachte wendingen een beproefde vorm nieuw leven in te blazen.

Eric Matser

 


Spanje Juli 2009

Het Leids Barok Ensemble in Léon, Spanje, juli 2009



Het Leids Barok Ensemble was van 12 juli tot 19 juli 2009 op tournee in Spanje. 
Hier onder  de gegevens
In het Spaans / In het Nederlands / In het Engels :
 

Spaans:

LBE poster España

L e i d s   B a r o k   E n s e m b l e

(Conjunto Barroco de Leiden)
con
Lies Schrier, cello
   
La conexión barroca Holanda-España

Santiago Millas: 14 de Julio, 20:00, La Iglesia de Santiago Millas
Astorga: 15 de Julio, 20:30, Sala “El Ergastula“, Museo Romano
Manzanares el Real: 17 de Julio, 21:00, La Iglesia
Buitrago del Lozoya: 18 de Julio, 21:00, Plaza de la Muralla

El programa de esta gira por España se organiza en torno a dos importantes temas: el Concerto Grosso y las conexiones europeas. Se interpretarán hasta tres concerti grossi: el “clásico” Corelli, el “holandés” Hellendaal y (el padre del) “español” Scarlatti. La conexión Holanda-España es evidente en el concierto para cello, compuesto por el italiano-“español” Boccherini, interpretado por la cellista holandesa Lies Schrier. Quizá nuestros conciertos con este programa tan especial pueden contribuir a un pensamiento europeo (sin excluir otro tipo de pensamientos)
 

L i e s   S c h r i e r   recibió sus primeras lecciones de violoncello de Dries Munnik. Comenzó sus estudios profesionales en el Conservatorio de Zwolle, Holanda, estudiando con Jeroen Reuling y Jaap Kruythof. Se graduó en el año 1999, obteniendo el título de Master en Interpretación Musical. A continuación continuó sus estudios con Bernhard Greenhouse en Wellfleet, Estados Unidos. Desde 2003 es Segundo cello solista en la Orquesta Sinfónica y de Ballet “Holland Symfonia” de Amsterdam. Lies toca un violoncello francés construido por Deroux en 1905



Het Leids Barok Ensemble
está formado por:
 
Violin 1:
Violin 2:
Vila: 
Violonchelo:
Violone:
Clave:
Roelof Balk (primer violinista), Ard Groot, Michiel Hillen 
Leendert Nooitgedagt, Lise Heide-Jørgensen, Peter Schrier
Stan van Heijst, Ellen ten Haaf
Eric Matser, Susan Lambrechtsen
Ellen de Graaf
Theo Goedhart

Programa

Arcangelo Corelli
(1653-1713)

Concerto grosso opus 6 n.° 9 en Fa mayor
Preludio: Largo; Allemanda: Allegro; Corrente: Vivace; Gavotta: Allegro-Adagio; Minuetto: Vivace. 

Georg Philipp Telemann
(1681-1767)

Sonate n.° TWV 43: F5, en Fa mayor
Andante; Allegro; Largo; Presto.

 

Luigi Boccherini
(1743-1805)

Concierto n.° 2 en Re mayor para violonchelo y cuerdas
Allegro; Adagio; Allegro.
Solista: Lies Schrier, violonchelo

 

Descanso

Alessandro Scarlatti
(1660-1725)

Concerto n.° VI en Mi mayor
Allegro-Allegro-Largo-Affettuoso.

Sebastián Aguilera de Heredía
(1565-1620)

Obra de Primero Tono en sol menor
Original para órgano, arreglo para cuerdas de Theo Goedhart 

Pieter Hellendaal
(1721-1799)

Concerto grosso n.° 5 en Re mayor
Largo; Allegro-Adagio; Larghetto; Allegro-Adagio; March.

 

El Conjunto Barroco de Leiden (Holanda)

El Conjunto Barroco de Leiden, Holanda, (Leids Barok Ensemble) fundado en 1988, es integrado por 14 cuerdas y un clavicémbalo. Nos trae la música del barroco de aproximadamente 1600 a 1800. Para arrimarse al sonido que se consideraba ideal en aquella época, las cuerdas son de tripa y los instrumentos están afinados medio tono por debajo de lo instrumentos en conciertos modernos. Esto hace que el instrumento 'se abra' y que el sonido se haga más cálido. También es distinto el modo de tocar: la posición de los dedos, el fraseo, la articulación y el manejo del arco. La mayoría de los integrantes del conjunto tocan con réplicas de arcos barrocos auténticos. El conjunto posee varios arcos hechos por el luthier Gerhard Landwehr, otros arcos son de Willem Bouman, André Klaassen, Jan Strumphler y Simone Waterman.

El conjunto forma una grupo de músicos muy compenetrados. No hay director. El concertino Roelof Balk guía al grupo con su gran inspiración que siempre lleva a interpretaciones convincentes, pero que a la vez deja suficiente espacio para la aportación individual, lo que produce un diálogo espontáneo y evocador, que es lo que caracteriza a este conjunto.

Lo mismo que en la época del barroco, los integrantes del conjunto, excepto contadas excepciones, no dependen de la música para su sustento. Aparte de solistas que han salido de las propias filas del conjunto, un gran número de músicos profesionales han participado en los conciertos como solistas, entre otros miembros de la Orquesta Barroca de Friburgo (Freiburger Barockorchester) (entre otros Christian Goosses), Arie Hordijk (fagot barroco), Nico de Gier (oboe barroco), Frank Wakelkamp (violonchelo barroco), Diana Bonenberger (flauta dulce), Jan Insinger (gamba), Xandra Mizé (soprano), Marin Mars (violín), Walewein Witten (fortepiano), Peter de Groot (contratenor), Lucia Swarts (violonchelo), Viviana Sofronitzki, Martine Belderok, Nical Wemyss, Diego Nadra (oboe), Barbara Erdner (violín) y Nils Wiebolt (violonchelo). Además, han asesorado al conjunto sobre la programación e interpretación el violinista y director de Combattimento Consort Amsterdam, Jan Willem de Vriend, la violonchelista Lucia Swarts y el intérprete de viola Tjitte de Vries.

Desde su fundación el Conjunto Barroco de Leiden ha dado más de 200 conciertos, en Leiden y en muchos otros lugares en Holanda. Además ha participado en coproducciones con el Conjunto Vocal de Leiden bajo la dirección de Theo Goedhart, interpretando la Misa Alta (1994) y la Pasión de San Juan (1997) ambas de Bach. Otros hitos han sido las giras en el extranjero: Roma (1994), donde se dieron cuatro conciertos, Inglaterra (1996) con actuaciones de mucho éxito en Oxford y Londres (Lufthansa Barok Festival) y Viena (1998) con el contratenor Peter de Groot como solista. En 2001 el conjunto visitó Dinamarca con la solista Viviana Sofronitzky (fortepiano), en 2005 Italia (Toscana) con Nicola Wemyss (soprano) y en 2003 y 2007 Francia con el violonchelista Roeland Duijne, solista en sendos conciertos de violonchelo de Boccherini y Haydn.

Este año 2009, el Conjunto Barroco de Leiden visita por vez primera España. El programa de esta gira por España se organiza en torno a dos importantes temas: el Concerto Grosso y las conexiones europeas. Se interpretarán hasta tres concerti grossi: el “clásico” Corelli, el “holandés” Hellendaal y (el padre del) “español” Scarlatti. La conexión Holanda-España es evidente en el concierto para violonchelo, compuesto por el italiano-“español” Boccherini, interpretado por la violonchelista holandesa Lies Schrier. Quizá los conciertos con este programa tan especial puedan contribuir a un pensamiento europeo (sin excluir otro tipo de pensamientos).

 

Programa (notas explicativas)


Cuando Arcangelo Corelli llegó a Roma en 1675, la ciudad presentaba un ambiente cosmopolita: la tradición polifónica de Bologna, los experimentos franceses en el campo de la música instrumental, nuevas óperas en Venecia y Nápoles y el descubrimiento de nuevas posibilidades técnicas del violín dieron a Corelli la posibilidad de explorar un estilo completamente nuevo. Sus Concerti Grossi opus 6 (no publicados hasta 1714 en Amsterdam) se han convertido en arquetipos y se denominan como “clásicos”, aunque en sentido estricto, de acuerdo con la época, deberían ser denominados “barrocos”. Además, por primera vez la música instrumental (el concerto en este caso) deja de estar ligada a un contexto religioso o ceremonial. La principal característica del Concerto grosso es la alternancia entre tutti (ripieno) y los solistas (concertino). Habitualmente el concertino consiste en dos violines y un violonchelo.

Es difícil entender por qué las sonatas y los conciertos para cuerda de Telemann se encuentran entre sus obras menos conocidas. Su contenido es original y encantador, sin pasajes complicados. El Leids Barok Ensemble tiene una amplia experiencia con este repertorio. La presente sonata fue compuesta alrededor de 1730 y llegó a nosotros gracias a los esfuerzos de J. S. Endler, uno de los más importantes copistas de las obras de Telemann de aquel tiempo. La obra sigue el esquema de la sonata italiana, es decir en cuatro partes. De hecho está muy influenciada por el estilo italiano. Al segundo movimiento (una fuga) le sigue una Sarabande inspirada en danzas de Corelli y Vivaldi. En el último movimiento se puede oír claramente una Sinfonía italiana.

Luigi Boccherini, nacido en Lucca, Italia, fue desde muy temprana edad un fantástico violonchelista. Gracias a un contacto con el embajador español en París, en 1770 fue nombrado “violonchelista y compositor” de la corte española. Aunque bien pagado por sus servicios, Boccherini murió pobre. Dos fueron las causas: su editor (Pleyel) no le pagó lo convenido y además contrajo tuberculosis. Se conservan ocho conciertos para chelo, aunque probablemente escribió muchos más. Es difícil determinar la fecha concreta de los conciertos porque los pocos que se conservan no especifican un número de opus. Además el estilo de Boccherini apenas cambió entre 1760 y 1790, lo cual impide hacer incluso una aproximación fiable. Su estilo puede ser denominado Pre-clásico o Rococó. El primer movimiento del presente concierto es convencionalmente clásico: reconocerá un enérgico motivo principal (al comienzo, tocado por la orquesta), una exposición llena de drama y contrastes, y los virtuosos solos acompañados por la orquesta. En el solemne Adagio, el diálogo entre el solista (cantilena) y la orquesta continúa. El último movimiento es mucho más serio que el tema popular que habitualmente se utilizaba en aquel tiempo. Se escucha aquí una atmósfera agitada, con episodios en tonalidades menores y el uso de una variedad de registros ciertamente inusuales en el chelo.

Alessandro Scarlatti es principalmente conocido como el padre de Domenico (quien escribió una ingente cantidad de sonatas para clave) y como compositor de música vocal. Al igual que muchos otros compositores barrocos, trabajó en ambientes cortesanos. Su vida discurrió entre Roma y Nápoles, con parada en Florencia, debido a la Guerra de Sucesión española. Sus Concerti Grossi fueron publicados en 1740 por B. Cook en Londres, 15 años después de su muerte. Todas las evidencias indican que Scarlatti compuso estas obras en una etapa tardía de su carrera. En esa etapa, se centró en extrañas formas instrumentales, en particular la Sonata de chiesa (lento-rápido-lento-rápido). Estas formas peculiares explican por qué estos conciertos no concuerdan con la forma clásica del concerto grosso. Por ejemplo, el presente Concerto en Mi mayor tiene cuatro partes, pero sólo una de ellas es lenta.

Sebastián Aguilera de Heredía comenzó como organista de la catedral de Huesca (1585-1603) y posteriormente se convirtió en “maestro de música” de la catedral La Seo de Zaragoza. En 1618 publicó una colección de obras, de las cuales el sombrío Magnificat à 4-8 fue popular durante mucho tiempo. Sus Tientos (también llamados Obra) en diferentes estilos pertenecen a la mejor música española para órgano de ese período. Además es considerado como el primer representante importante de la Escuela Aragonesa, y sus obras (junto con algunas otras de unos pocos compositores) fueron exportadas a México. Obra de Primero Tono fue escrita originalmente para órgano. La versión aquí interpretada ha sido arreglada para cuerdas por Theo Goedhart.

Pieter Hellendaal nació en Rotterdam y ya a la temprana edad de diez años tocaba el órgano en Utrecht. En 1738 vivió en Amsterdam, lo cual se deduce de un anuncio en el que ofrece un órgano casero. Gracias a una beca que le es concedida por parte de un noble, puede estudiar violín y composición con el famoso Tartini en Padua (alrededor de 1740). En 1749 se registra en la Universidad de Leiden, con el propósito de hacer contactos y además pagar menos impuestos. Se le permite sustituir al organista habitual de la iglesia de San Pedro (Pieterskerk) cuando se encontrase indispuesto. Curiosamente, ejercía esta función a unos pocos metros del local del Leids Barok Ensemble – la iglesia Lokhorst – situada al lado de la iglesia de San Pedro. Desafortunadamente para Hellendaal el organista titular sobrevivió a su indisposición y Hellendaal tuvo que buscar otro trabajo, que finalmente le llevó a Inglaterra. Los Concerti Grossi opus 3 fueron publicados en 1758. Todas las obras de Hellendaal fueron compuestas principalmente para aficionados (los cuales abundaban en Inglaterra). En el presente Concerto Grosso, el concertino es ampliado con una parte de viola. En el ripieno, el segundo violín y la viola se alternan. Los conciertos de Hellendaal son sorprendentemente originales: consiguió renovar el “clásico” concerto grosso por medio de motivos caprichosos y un modo poco ortodoxo de componer.

Eric Matser / Traducción: Miguel Vicente García

naar begin van de pagina
 


Nederlands:

H e t    L e i d s    B a r o k    E n s e m b l e
 
met

Lies Schrier, cello

 De Holland - Spanje Barok Connectie

 Santiago Millas: 14 juli 20:00, Dorpskerk La Iglesia de Santiago Millas

Astorga: 15 juli 20:30, Koepelzaal “ El Ergastula “, Museo Romano

Manzanares el Reál: 17 juli 21:00, Kerk

Buitrago del Lozoya: 18 juli 21:00, Plaza de la Muralla
 

Arcangelo Corelli
(1653-1713)

Concerto grosso opus 6 nr. 9 in F
 

Georg Philip Telemann
(1681-1767)

Sonate nr TWV 43: F5, in F
 

Luigi Boccherini
(1743-1805)

Concerto nr. 2 in D voor violoncello en strijkers
Soliste: Lies Schrier, cello
 

Alessandro Scarlatti
(1660-1725)

Concerto nr. VI in E

Sebastián Aguilera de Heredía
(
ca. 1565- na 1620)

Obra de Primo Tono in g
Oorspronkelijk voor orgel, voor strijkers bewerkt door Theo Goedhart 

Pieter Hellendaal
(1721-1799)

Concerto grosso nr. 5 in D
 

 

Lies Schrier begon haar cellolessen bij Dries Munnik. Vervolgens studeerde zij bij Jeroen Reuling en Jaap Kruythof aan het conservatorium Zwolle, waar zij haar diploma Uitvoerend Musicus behaalde in 1999. Daarna vervolgde zij haar opleiding bij Bernard Greenhouse in Wellfleet, USA. Sinds 2003 is zij plaatsvervangend solocellist in ballet- en symfonieorkest Holland Symfonia te Amsterdam. Zij bespeelt een Deroux, een Franse cello uit 1905.

 

Het Leids Barok Ensemble speelt in de volgende bezetting:

Viool 1:                  Roelof Balk (concertmeester, muzikale leiding), Ard Groot, Michiel Hillen
Viool 2:                  Leendert Nooitgedagt, Lise Heide-Jørgensen, Peter Schrier
Altviool:                 Stan van Heijst, Ellen ten Haaf
Cello:                     Eric Matser, Susan Lambrechtsen
Violone:                 Ellen de Graaf
Clavecimbel:         Theo Goedhart

 

De Holland - Spanje Barok Connectie

In het programma van het LBE tijdens de Spanje tournee zijn twee rode draden te ontdekken: het Concerto Grosso en Europese connecties. Er worden maar liefst drie Concerti Grossi gespeeld en wel van de ‘klassieke’ Corelli, de ‘Hollandse’ Hellendaal en de vader van de ‘Spaanse’ Scarlatti. De Holland-Spanje connectie komt tot uiting in het door de ‘Spaanse’ Italiaan (Boccherini) gecomponeerde cello-concert, gespeeld door de oer-Hollandse celliste Lies Schrier. Wellicht dat onze concerten een bijdrage leveren aan een Europees wij-gevoel (zonder anderen overigens uit te sluiten). Het programma is er naar!

Toen Arcangelo Corelli in 1675 in Rome arriveerde heerste daar een kosmopolitische sfeer. De polyfone traditie in Bologna, Franse experimenten met instrumentale muziek, nieuwe opera’s in Venetië en Napels samen met de ontdekking van de technische mogelijkheden van de viool gaven Corelli het gereedschap voor een nieuwe stijl. Zijn Concerti Grossi opus 6 (pas uitgegeven in 1714 in Amsterdam) zijn maatgevend geworden en hebben zelfs het predicaat ‘klassiek’ gekregen, hoewel het in die tijd nog gewoon barok is. Het is ook voor het eerst dat de instrumentale muziek (i.c. het concerto) loskomt van welke religieuze of ceremoniële traditie dan ook. Het belangrijkste kenmerk van een concerto grosso is de afwisseling tussen tutti (ripieno) en soli (concertino). Bij de meeste concerti grossi bestaat het concertino uit twee violen en een cello.

Het is moeilijk te begrijpen waarom de sonates en concerti voor strijkorkest van Telemann zijn minst bekende werken zijn. Ze bevatten wonderlijk gevarieerde en fris-charmante muziek, zonder al te veel moeilijke noten. Het LBE heeft al heel wat van deze composities gespeeld (dus aan ons zal het niet liggen). De te spelen sonate is gecomponeerd rond 1730 en is overgeleverd door J.S. Endler, een van de belangrijkste kopiisten van Telemann werken in die tijd. De compositie volgt het vierdelige schema van de Italiaanse sonate. Het is überhaupt een zeer Italiaans aandoend werk. Na de fuga in het tweede deel volgt een sarabande geïnspireerd op dansante stukken van Corelli en Vivaldi. In het laatste deel kan men een Italiaanse sinfonia terughoren.

De in Lucca geboren Italiaan Luigi Boccherini was al op jonge leeftijd een bekwaam cellist. Via een contact met de Spaanse ambassadeur in Parijs werd hij in 1770 aangesteld als ‘violoncellist en componist’ aan Spaanse hof. Boccherini werd goed betaald voor zijn diensten, maar is mede als gevolg van niet nagekomen beloften van een uitgever (Pleyel) en ziekte (TBC) in armoedige omstandigheden gestorven. Van Luigi Boccherini zijn 8 celloconcerten overgeleverd. De datering is moeilijk omdat de weinige overgebleven gedrukte exemplaren geen uitgavenummers bevatten. Bovendien is de stijl van Boccherini tussen 1760 en 1790 nauwelijks veranderd. Die stijl zou men vroegklassiek of Rococo kunnen noemen. In het eerst deel van het celloconcert komen ‘klassieke’ elementen ruimschoots voor: het energieke kopmotief (orkestinzet), de contrastrijke en dramatische expositie en de virtuoze soli begeleid door het orkest. In het plechtige adagio wordt de dialoog tussen de solist (cantilenen) en het orkest voortgezet. Het laatste deel gaat veel verder dan de ‘gemiddelde ‘vrolijke uitsmijter’ in de late 18e eeuw: geagiteerde stemming, episodes in mineur en gebruik van vele registers in de cello.

Alessandro Scarlatti is vooral bekend als vader van Domenico (die van de clavecimbel-sonates) en als componist van vocale muziek. Zoals vele barokcomponisten verkeerde hij in de hoogste kringen, waar immers zijn broodheren zaten. Hij pendelde in zijn leven tussen Rome en Napels met tussenstop in Florence (i.v.m. de Spaanse Successieoorlog). De Concerti Grossi werden in 1740 door B. Cook te Londen gepubliceerd, 15 jaar na de dood van Scarlatti. Alles wijst erop dat Scarlatti deze werken in de nadagen van zijn carrière heeft gecomponeerd. Scarlatti oriënteert zich in zijn (zeldzame) instrumentale werken met name op de vorm van de sonata da chiesa  (langzaam-snel-langzaam-snel), maar niet alles valt natuurlijk in dit stramien. Het Concerto Grosso in E majeur bevat wel vier delen, maar daar is maar één langzaam deel bij.

Sebastián Aguilera de Heredía was eerst organist aan de kathedraal van Huesca (1585-1603) en later ‘maestro de música’ aan de La Seo kathedraal in Saragossa. Hij publiceerde een verzameling werken in 1618, waarvan het duistere Magnificat à 4-8 lang in gebruik bleef. Zijn Tientos (ook wel Obra’s genoemd) in verschillende stijlen behoren tot de beste Spaanse orgelmuziek uit die periode. Hij wordt beschouwd als de eerste belangrijke figuur van de Aragonese School. Aguilera de Heredía behoort tot een aantal Spaanse componisten waarvan werk werd geëxporteerd naar Mexico. Het te spelen Obra de Primero Tono is een door Theo Goedhart gemaakte bewerking voor strijkorkest van het gelijknamige orgelstuk.

Pieter Hellendaal werd in Rotterdam geboren en was op zijn 10e (!) al organist in Utrecht. In 1738 woonde hij in Amsterdam blijkens een advertentie waarin hij een huisorgel aanbiedt. Dankzij een toelage van een adelijke heer studeerde hij rond 1740 viool en compositie bij niemand minder dan Tartini (in Padua). In 1749 was hij ingeschreven aan de Leidse Universiteit (dit had uitsluitend tot doel beter te kunnen netwerken en minder belasting te betalen). Hij kreeg toestemming de vaste organist van de Pieterskerk te vervangen bij diens ‘indispositie’. Deze functie bekleedde hij dus enkele tientallen meters verwijderd van de thuisbasis van het LBE (!). De vaste organist bleef helaas maar leven en Hellendaal zocht zijn geluk in Engeland. De concerti grossi opus 3 zijn uitgegeven in 1758. De werken van Hellendaal zijn gecomponeerd met uitvoering door amateurs (waarvan er zo veel waren in Engeland) in het achterhoofd. Het concertino is uitgebreid met een altviool en in het ripieno hebben 2e viool en alt afwisselende partijen. Hellendaal wist met zijn originele, soms grillige motieven en met onverwachte wendingen een beproefde vorm nieuw leven in te blazen.

Eric Matser

naar begin van de pagina


Engels:

L e i d s    B a r o k    E n s e m b l e

 with

Lies Schrier, cello

 

The Holland - Spain Baroque Connection

 

Santiago Millas: July, 14, 20:00, Village Church La Iglesia de Santiago Millas

Astorga: July, 15, 20:30, Salle “El Ergastula“, Museo Romano

Manzanares el Reál: July, 17, 21:00, Church

Buitrago del Lozoya: July, 18, 21:00, Plaza de la Muralla

 

 

Arcangelo Corelli
(1653-1713)

Concerto grosso opus 6 nr. 9 in F
Preludio: Largo; Allemanda: Allegro; Corrente: Vivace; Gavotta: Allegro-Adagio; Minuetto: Vivace. 

Georg Philip Telemann
(1681-1767)

Sonate nr TWV 43: F5, in F
Andante; Allegro; Largo; Presto.

 

Luigi Boccherini
(1743-1805)

Concerto nr. 2 in D for violoncello and strings
Allegro; Adagio; Allegro.

Soloist: Lies Schrier, cello
 

INTERMISSION

Alessandro Scarlatti
(1660-1725)

Concerto nr. VI in E
Allegro-Allegro-Largo-Affettuoso.

Sebastián Aguilera de Heredía
(ca. 1565- na 1620)

Obra de Primo Tono in g
Originally for organ, arranged for strings by Theo Goedhart 

Pieter Hellendaal
(1721-1799)

Concerto grosso nr. 5 in D
Largo; Allegro-Adagio; Larghetto; Allegro-Adagio; March.

 

Lies Schrier started her cello lessons with Dries Munnik. She started her professional studies at the Conservatory in Zwolle, The Netherlands, with Jeroen Reuling and Jaap Kruythof. She graduated with a Master Degree Performing Musician in 1999. Next, Lies continued her education with Bernard Greenhouse in Wellfleet, USA. Starting from 2003 she is now second solo cellist in the Ballet and Symphony Orchestra "Holland Symfonia" in Amsterdam. Lies plays a French cello made by Deroux in 1905.

 

 Het Leids Barok Ensemble plays in the following formation:

Violin 1:
Violin 2:
Viola:
Violoncello:
Violone:
Harpsicord:
Roelof Balk (leader), Ard Groot, Michiel Hillen
Leendert Nooitgedagt, Lise Heide-Jørgensen, Peter Schrier
Stan van Heijst, Ellen ten Haaf
Eric Matser, Susan Lambrechtsen
Ellen de Graaf
Theo Goedhart

 

The Holland - Spain Baroque Connection

In the program of this tour through Spain, two important topics will be addressed: the Concerto Grosso and the European connections. Not less than three concerti grossi will be performed: the “classical” Corelli, the “Dutch” Hellendaal and (the father of the) “Spanish” Scarlatti. The Holland-Spain connection is immediately evident by the cello concerto, composed by the Spanish Italian Boccherini, played by the very Dutch cellist Lies Schrier. Perhaps our concerts with this special program will contribute to a general European thought (without excluding other thoughts by the way). 

When Arcangelo Corelli in 1675 arrived in Rome, the atmosphere was cosmopolitan: a polyphonic tradition in  Bologna, French experiments with instrumental music, new operas in Venice and Napels, and the discovery of new technical possibilities of the violin. This altogether, gave Corelli the opportunity to explore a completely new style. His Concerti Grossi opus 6 (published not earlier than 1714 in Amsterdam) have become archetypes and were even characterized as “classical”, although at that time still should be qualified as “baroque”. Also, it is for the first time that instrumental music (i.e. the concerto) has been disconnected from a religious background and ceremonial traditions. The important characteristic of a concerto grosso is the alteration between tutti (ripieno) en soli (concertino). Usually, the concertino consists of two violins and a cello.

 It is difficult to understand why the sonatas en concerti for strings by Telemann are his least known works. Their content is original and charming, without difficult notes. The Leids Barok Ensemble has a wide experience with this sort of music, so this should work out well (sic). The present sonata is composed around 1730 and has come down to us due to the efforts of J.S. Endler, one of the most important copyists of Telemann’s works at that time. The compostion folows the four-part scheme of the Italian sonata. Actually it is a very Italian (Southern European) work. Subsequent to the second part (a fuge) is a Sarabande inspired by dances by Corelli and Vivaldi. In the last part, you will clearly hear the Italian Sinfonia.

 The in Lucca born Italian Luigi Boccherini was yet at a young age a very good cellist. Thanks to a contact with the Spanish ambassador in Paris, he was in 1770 appointed as ‘violoncellist and composer’ at the Spanish court. He was well paid for his services, but nevertheless he died shabby and in poor circumstances. This had two reasons: his publisher (Pleyel) did not pay him properly and he got tuberculosis. Eight cello concerti are now known, probably he wrote a lot more. It is difficult to determine the exact date of the concerti because the few that survived do not contain opus numbers. Moreover, the style of Boccherini did not change much between 1760 en 1790, further hampering a good date assessment.  The style could be characterized as Pre-classical or Rococo. The first part of the present concerto is conventionally classical: you will recognize an energetic leading motif (at the start, by the orchestra), an exposition full of drama and contrast, and virtuosic soli accompanied by the orchestra. In the solemn adagio, the dialogue between the solo (cantilena) and the orchestra is continued. The final part is much more serious than the average popular tune of that time. We will hear an agitated mood, episodes in minor keys, and the use of a variety of unusual registers in the cello.

Alessandro Scarlatti is presumably known as the father of Domenico (who wrote the vast amount of harpsichord sonatas) and as composer of vocal music. Like many baroque composers, he did move in court-circles, where his employers were situated. All his life he shuttled between Rome and Napels, with a stop in Firenze because of the Spanish Succession War. His Concerti Grossi were published in 1740 by B.Cook in London, 15 years after his death. All evidence points to the fact that Scarlatti composed these works in a late stage of his career. In this stage, he focused on instrumental forms, for instance the sonata da chiesa (slow-fast-slow-fast). The present Concerto Grosso in E has four parts indeed, but for a change only one of them is a slow movement.

Sebastián Aguilera de Heredía started as organ player at the cathedral of Huesca (1585-1603) and became later  “maestro de música” at the La Seo cathedral in Saragossa. In 1618, he published a collection of works, of which  the dark Magnificat à 4-8 was popular for a long time. His Tientos (also called Obra’s) in different styles belong to the best Spanish organ music of that period. Furthermore, he is considered as the first important representative of the Aragonese School, and his work was - together with that of a few other composers - exported to Mexico. Obra de Primero Tono was originally written for organ. The here performed version has been arranged for strings by Theo Goedhart.  

Pieter Hellendaal was born in Rotterdam and already at the age of 10 (!) he played the organ in Utrecht. In 1738 he lived in Amsterdam, which could be concluded from an advertisement in which he offered an house-organ. Thanks to a grant given to him by a noble gentleman, he could study violin and composition with the famous Tartini in Padua (around 1740). In 1749, he was registered at the Leiden University, for the purpose of good networking and paying less taxes. So he got permission to replace the regularly appointed organ-player of the Pieters Church, when he was in bad shape and “not disposed”. Interestingly, he exercised this function not more than a few meters from the home-base of the Leids Barok Ensemble -  the Lokhorst Church -  located immediately next to the Pieters Church. Unfortunately for Hellendaal the regular organ-player survived his indisposition and Hellendaal had to look for a good job, which he found in England. The concerti grossi opus 3 have been published in 1758. All works of Hellendaal were composed mainly for amateurs (there were many in England). In the present concerto grosso, the concertino is extended with a viola part. In the ripieno, the second violin and viola alternate. The concerti of Hellendaal are unexpectedly original: he succeeded in renewing the “classical” concerto grosso using capricious motives and an unorthodox way of composing.

Eric Matser / Translation: Peter Schrier

naar begin van de pagina




Maart 2009

Van Barokke noot naar Klassiek divertimento

Purmerend 28 maart 20:15, Taborkerk, Maasstraat 2
Diemen 29 maart 15:00, Schuilkerk “De Hoop”, Hartveldseweg 23
Leiden, 4 april 20:30, Lokhorstkerk, Pieterskerstraat 1


Het LBE lokte u met verrassend programma, dat leidt van één barokke noot in Purcells "Fantasia upon one note" naar een compleet klassiek divertimento in Haydn's strijkkwartet op. 1 no. 3.  Daartussen o.a. een laat-barok  – burlesk – werk van Telemann en een bijna-klassiek – epatherend en grillig – celloconcert van C.Ph.E. Bach. Solist is de Poolse barokcellist Jerzy Walczak, die eerder in ons ensemble speelde en verraste met fraai continuospel. Dit alles stond onder inspirerende muzikale leiding van concertmeester Roelof Balk.

Voor een gedetailleerd programma met toelichting zie hier
 

Jerzy Walczak - geboren in 1978, in Polen studeerde in 2004 af aan de Academy of Music in Wroclaw als modern cellist met een Master diploma. Nu volgt  hij aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag de Master opleiding klassiek cello o.l.v. Lucia Swarts. Hij deed vele master classes gecoached door o.a.  Anner Bijlsma, Hidemi Suzuki, Reiner Zipperling, Bart van Oort, Lucy van Dael, Alfredo Bernardini. Hij treedt op als solist en speelt in een aantal vroege muziek ensembles zoals Camerata da Fusignana, Nova Silesia, Ensemble Barocum, Het Luthers Bach Ensemble en de Wallfish Band.


Het LBE speelde deze sessie in de volgende bezetting:
Roelof Balk, Peter Schrier, Ard Groot, Erik Hense, Christian Jünemann, Wibe Moll, Lise Heide-Jørgensen, Barbara ten Kate, Matthieu van Gelderen, Stan van Heijst, Petra de Man, Eric Matser, Piet Versteeg en Theo Goedhart

naar begin van de pagina


Oktober 2008

Europese barokmuziek voor een Nepalees kinderhuis

MAARSSEN,  zaterdag 4 oktober, 20:00, Dorpskerk, Kerkweg 19
VREELAND, zondag 5 oktober, 15:00, Grote of St. Nicolaaskerk, Kerkplein 1
LEIDEN, zaterdag 11 oktober, 20:30, Waag, Aalmarkt 21

Het concert in Maarssen was een benefietconcert dat we geven ten bate van de Stichting Youth in Nepal, die zich o.a. sterk maakt voor opvang van oorlogsgetroffen kinderen. Ook op onze concerten in Vreeland en Leiden gaan we hiervoor ‘met de pet rond’ voor een vrijwillige bijdrage. Voor dit doel spelen we muziek uit alle windstreken van Europa: theatermuziek uit Engeland, een parelend vioolconcert van de Fransman Leclair, Italiaanse poëzie in een Concerto Grosso van Geminiani, meesterlijke Duitse barok van Telemann en prachtige muziek in de pan-Europese stijl van super-Europeaan Georg Muffat.

Solist was de Europees georiënteerde Nederlandse violist Franc Polman. Hij bespeelt een viool van de Amsterdamse vioolbouwer Hendrik Jacobs uit 1701. Concertmeester is Roelof Balk.

Toegangsprijzen: Maarssen: Eu 12,50, Vreeland: gratis (vrijwillige bijdrage na afloop), Leiden: Eu 10,00/Eu 8,00. 

In  H e t  L B E  speelden in deze sessie mee: Barbara ten Kate, Christian Jünemann, Eric Matser, Erik Hense, Marieke Jas, Matthieu van Gelderen, Peter Schrier, Petra de Man, Piet Versteeg, Renske Ligtmans, Roelof Balk, Theo Goedhart en Wiveka Elion. 

F r a n c  P o l m a n  studeerde aan het Sweelinck Conservatorium Amsterdam bij Bouw Lemkes. Hij volgde masterclasses bij Sandor Végh, Berl Senofsky en voor oude muziek bij Jaap Schröder, Lucy van Dael, Elisabeth Wallfisch en Fabio Biondi. Met het European Community Chamber Orchestra maakte hij vele tournees, als solist trad hij ermee op in Hong Kong, Taiwan en Italië. Jarenlang speelde hij bij de eerste violen in Nieuw Sinfoniëtta Amsterdam. Hij was concertmeester van het Londense Covent Garden Festival Orchestra en van het Combattimento Consort Amsterdam. Als concertmeester van Musica ad Rhenum en van Nova Stravaganza (Keulen) maakt hij ook vele cd-opnames. Hij neemt regelmatig deel aan projecten van Les Musiciens du Louvre, het Orkest van de Achttiende Eeuw, het Apollo ensemble en Musica Amphion. Daarnaast is Franc Polman actief in vele kamermuziekensembles, zoals het Nepomuk Fortepiano Quintet, de Van Swieten Society, voor kamermuziek uit het klassieke en voegromantische repertoire, het Aeole Broken Consort en La Suave Melodia, alles op authentieke instrumenten. Met fortepianiste Riko Fukuda vormt hij een duo. Sinds 2006 maakt hij deel uit van het Schuppanzigh strijkkwartet in Duitsland. Hij is artistiek leider van barokensemble ‘Eik en Linde’.

 

naar begin van de pagina


Juni 2008

 

Op het programma, met als thema "80 seizoenen LBE", stonden werken van componisten die we de afgelopen 20 jaar steeds met veel plezier gespeeld hebben: Handel, Van Wassenaer en Biber. Geheel nieuw en feestelijk was een selectie uit hofmuziek van Louis XIII verzameld door de Franse componist/uitgever A. Philidor. Solist was Peter Brunt, viool, in twee concerten (Zomer en Winter) uit de Vier Jaargetijden van Vivaldi. Concertmeester was Roelof Balk.

Het programma van het allereerste concert en recensies uit de beginperiode van het LBE vindt u in de rubriek "Over het LBE"  

naar begin van de pagina


Peter Brunt studeerde aan het Conservatorium van Amsterdam bij Davina van Wely en Herman Krebbers en vervolgde zijn studie aan de Juilliard School,New York bij Dorothy Delay en bij Sandor Vegh in Salzburg. Hij won op het Nationaal Vioolconcours in 1981 de hoofdprijs en werd op verschillende buitenlandse concoursen onderscheiden. Peter Brunt is veelvuldig als solist opgetreden met orkesten in binnen- en buitenland. Hij maakte een CD opname van het vioolconcert “Glenz” dat Willem Jeths voor hem heeft gecomponeerd. Hij was enige jaren aanvoerder tweede violen bij het Koninklijk Concergebouworkest, vervolgens was hij concertmeester bij Sinfonietta Amsterdam en sindsdien gast-concertmeester bij verschillende orkesten, o.m.Sinfonietta Amsterdam, Basel Kammerorchester, Residentieorkest en het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Hij was jarenlang violist van het Osiris Trio en trad in deze periode op in prestigieuze zalen als Carnegie Hall, Wiener Konzerthaus, Kölner Philharmonie en de Wigmore Hall en nam een veelvoud aan CD’s op, in repertoire van Haydn tot en met speciaal voor het trio geschreven werk.
Momenteel is hij actief in verschillende kamermuziekcombinaties, o.a. met Isabelle van Keulen, Lars Wouters van den Oudenweijer en het Jupiter String Trio. Peter Brunt is hoofdvakdocent aan de conservatoria van Den Haag en Amsterdam.


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



Het Leids Barok Ensemble
is in juni 1988 opgericht en bestaat uit 14 strijkers en een klavecinist. Om het klankideaal van de baroktijd zo dicht mogelijk te benaderen, spelen de strijkers op darmsnaren en zijn de instrumenten lager gestemd dan gebruikelijk in de moderne concertpraktijk. Ook met de wijze van spelen (vingerzetting, frasering, articulatie en stokvoering) probeert het ensemble zoveel mogelijk de uitvoeringspraktijk van de barokperiode te benaderen. De meeste strijkers spelen met kopieën van authentieke barokstrijkstokken, gemaakt door o.a. Gerhard Landwehr, Willem Bouman, André Klaassen en Jan Strumphler. Het LBE treedt op als een zeer hechte groep, zonder dirigent. De inspirerende leiding van concertmeester Roelof Balk leidt steeds tot overtuigende interpretaties, maar laat tevens ruimte voor individuele inbreng, waardoor een spontane, verrassende dialoog ontstaat, die zo kenmerkend is voor het ensemble. Het LBE is in het verleden gecoacht door o.a. Jan Willem de Vriend, Wim ten Have, Lucia Swarts en Tjitte de Vries. Sinds de oprichting heeft het ensemble meer dan 250 concerten gegeven in binnen en buitenland, met succesvolle tournees naar o.a. Rome, Londen (Lufthansa Barock Festival), Wenen, Kopenhagen, Italië (Toscane) en Frankrijk (Provence).

Deze sessie speelden mee:

Barbara ten Kate, Christian Jünemann, Else van Ommen, Ellen de Graaf, Eric Matser, Erik Hense, Jerzy Walcz, Lise Heide-Jørgensen, Marieke Jas, Matthieu van Gelderen, Peter Schrier, Roelof Balk, Stan van Heijst, Theo Goedhart, Ulrike Wiebel, Wibe Mol en Wiveka Elion.

naar begin van de pagina


December 2007

Zaterdag 1 december 2007 in Ammerstol, 20.00 uur, Kerk van Ammerstol, Kerkplein 4
Zondag 2 december 2007 in Delft, 15.00 uur, Oud Katholieke Kerk, Bagijnhof 21
Zaterdag 8 december 2007 in Leiden, 20.30 uur, Lokhorstkerk, Pieterskerkstraat 1

Soliste was Nadia Wijzenbeek, viool, concertmeester Roelof Balk.

Op het programma stonden werken van o.a. Charles Avison (Concerto grosso in d naar een pianosonate van Scarlatti), Jean-Baptiste Lully (Ouverture "le Bourgeois Gentilhomme"), Muffat (Sonata III uit "Armonico Tributo"), Alessandro Scarlatti (Concerto grosso in d), Scheidt en Tartini (Vioolconcert in G, D80).

Het programma vindt u hier .

Het LBE speelde werken van Europees georiënteerde componisten:
Charles Avison, Engelsman: schreef hij Engelse muziek, of speelde hij leentjebuur?
Muffat: Schotse vader, Franse moeder, beschouwde zichzelf als Duitser, maar wat voor muziek schreef hij?
Lully: Ouverture “De Rijke Koopman”, stal hij een idee van Molière? Scheidt: Canzon “O Nachbar Roland”, wat had hij met zijn buurman?
Alessandro Scarlatti: Italiaan, werd beroemd aan het Spaanse hof, maar ging failliet aan speelschulden.
Tartini: Sloveen, raak-te zo begeesterd door het vioolspel van de Italiaan Veracini, dat hij van virtuositeit een levenswerk maakte en een ware voorloper van Paganini werd. Hij trok uit heel Europa leerlingen aan….. Nadia Wijzenbeek heeft zich met groot succes gewaagd aan een van zijn vioolconcerten!
 

Nadia Wijzenbeek kreeg haar eerste vioollessen van haar tante Coosje Wijzenbeek en vervolgens van Elisabeth Perry en Herman Krebbers aan het Conservatorium van Amsterdam, waar zij in 2001 met onderscheiding afstudeerde. Nadia vervolgde haar studie in Londen bij David Takeno aan de Guildhall School of Music and Drama, waar zij haar Masters Degree met onderscheiding behaalde. Momenteel bekleedt Nadia een Fellowship aan deze school. Nadia won diverse prijzen op het Prinses Christina Concours, de Iordens Viooldagen, het Herman Krebbers Concours, het Davina van Wely Concours en het Nationaal Vioolconcours Oskar Back. Tevens won zij kamermuziek prijzen tijdens het Charles Hennen Concours en het Dorothy Adams String Quartet Competition. Recent won Nadia de Philip and Dorothy Green Award for Young Concert Artists.

naar begin van de pagina


Juli 2007

 

 Le LBE à l'eglise de Lemps (juillet 2007) 

En provenance des Pays-Bas : le Leids Barok Ensemble a présenté des œuvres originales

Le célèbre Leids Barok Ensemble (LBE) a donné des concerts à

Lemps (26), le mercredi 18 juillet, Eglise St. Pierre
 
St Etienne le Laus (05), le jeudi 19 juillet, Notre Dame du Laus   

Savines-le Lac (05), le vendredi 20 juillet, Eglise

Taninges (74), le dimanche 22 juillet, Eglise St. Jean Baptiste, 18:00 hr
 

Sous la direction du chef de pupitre Roelof Balk, l’ensemble a joué des œuvres de Gluck (Suite Don Juan), Haydn (Concerto pour violoncelle 1), Vivaldi (Alla Rustica), Händel (Concerto grosso op.6 no 7), Muffat (Armonico Tributo, Sonata 3) et Purcell (Ouverture Staircase).  

Beaucoup de pièces intéressantes et originales dans ce programme! ( > Programme )

Le violoncelliste Roeland Duijne a produit en soliste dans le concerto pour violoncelle de Haydn.

Après la tournée du Leids barok ensemble en 2003 en France ( > Over het LBE ) avec Roeland Duijne, nous sommes très heureux que ce musicien extraordinaire a visité France pour la deuxième fois. 

Fondé en 1988, le Leids Barok Ensemble est composé de 14 instruments à cordes et d’un clavecin. Afin de s’approcher le plus possible du timbre idéal de l’époque, les musiciens jouent sur des cordes de boyau et les instruments sont accordés un demi-ton plus bas que le ton utilisé dans l’exécution des concerts contemporains. Le mode de jeu (doigté, ponctuation, articulation et manière de tenir l’archet) est également différent. 

Le Leids Barok Ensemble se présente comme un groupe très soudé, sans chef d’orchestre, et il en ressort toujours des interprétations convainquantes,  qui laissent la place à un apport individuel. Le résultat en est un dialogue spontané et surprenant, caractéristique de l’ensemble.

Roeland Duijne commence le violoncelle à neuf ans. Il étudie avec Tibor de Machula, Anner Bijlsma (Conservatoire Royal de La Haye), Maurice Gendron (Conservatoire National Supérieur) et Janos Starker (Université de L’Indiana, Bloomington). Il fait ses débuts de soliste en 1984 avec le concerto pour violoncelle d’Elgar, lors d’une tournée en Hollande avec l’Orchestre National Universitaire. De nombreuses représentations suivront. Après avoir joué avec l’Ensemble Intercontemporain, dirigé par Pierre Boulez, Roeland Duijne devient membre du Quintette de Paris, avec lequel il part en tournée dans toute la France. Plusieurs tournées l’emmènent en Extrême-Orient : il joue en soliste avec les Orchestres Symphoniques de Shangaï, Pékin, Canton, Singapore et Macau de même qu’avec le pianiste Rié Tanaka à Sapporo et à Tokyo.

Roeland s’intéresse également à la musique pop et au jazz. Il vient d’enregistrer le concerto de Friedrich Gulda avec le Jugendblasorchester Nordrhein-Westfalen (Allemagne) lors de leur dernière tournée aux Etats-Unis. Il apporte également une contribution particulière avec son groupe de pop Mellow Cello.
En 1999 il intègre l’Orchestre de Chambre d’Irlande en tant que violoncelliste solo et depuis Septembre 2006 il remplit le même poste à l’Orchestre de Chambre Magogo. Roeland Duijne joue sur un violoncelle Giuseppe Sgarbi fabriqué en 1853.

naar begin van de pagina

 


Maart 2007

BACH EN DON JUAN??

 

Wat heeft de sobere, vrome, hardwerkende en diepzinnige Johann Sebastiaan Bach gemeen met de losbandige, ongeremde, op uiterlijk vertoon werkende Don Juan / Don Giovanni? Don Juan, de voorbode van Mozarts onovertroffen opera.........

Voor wie zich altijd al afvroeg "waar haalde W.A. het toch vandaan?": Het antwoord is gegeven op een van onze laatste concerten:
 

zaterdag 17 maart 2007, 20.00 uur, Buren, St. Lambertuskerk, Markt 4

zaterdag 24 maart 2007, 20.30 uur, Oegstgeest, Regenboogkerk, Mauritslaan 12

zondag 25 maart 2007, 15.00 uur,  Diemen, Schuilkerk De Hoop, Harteveldseweg 23

 

Solist was Ricardo Gonzalez, traverso, concertmeester  Roelof Balk.

Op het programma stonden de volgende werken:

 

Muffat, Armonico tributo, Sonate nr. 2 in g,
Vivaldi, Sinfonia Alla Rustica in G,

Scarlatti, Sinfonia nr. 7 in C,
Bach, Suite nr. 2 in b voor traverso en strijkers
Gluck, delen uit de suite Don Juan in D

 

Zie voor de recensie hier

 

naar begin van de pagina
 


September/oktober 2006

Het LBE gaf de volgende concerten:

Zaterdag 30 september in Obergum (Gr), Kerk, 20:00 uur,
Zondag 1 oktober in Groningen / Lutherse Kerk 14:00 uur en
Zaterdag 7 oktober in Leiden, Lokhorstkerk 20:30 uur.

Op het programma stonden werken van G.F.Händel (Concerto Grosso op.6 no.7), Vivaldi (celloconcerten in b kl.t. RV424 en a kl.t. RV418), de Mondonville (de eerste en vierde sonate) en Mozart (Divertimento in F KV 138). Soliste was Marike Tuin, barokcello, concertmeester Roelof Balk.

Het programma met toelichting vindt u hier.  

naar begin van de pagina
 


Het LBE speelde op 1 april in Schoorl en op 8 april in Leiden

Zie hier voor de recensie van het concert Leiden.


naar begin van de pagina
 


April 2006

LBE speelde op 1 april in Schoorl en op 8 april in Leiden

 

    NH Kerk Schoorl

Het LBE gaf concerten op zaterdag 1 april 20.00 uur in de Schoorlse Kerk, Duinweg 5, 1871 AC Schoorl en op zaterdag 8 april 20.30 uur in Leiden (Lokhorstkerk, Pieterskerkstraat 1, 2311 SV Leiden).

Op het programma stonden werken van o.a. G.F.Händel (Concerto Grosso op. 6 no. 10), Henry Purcell (Ouverture in g) en  William Lawes (Set for six-part consort in F).  Ook stond er weer een topwerk van Evaristo Felice Dall'Abbaco (Concerto a quatro da chiesa Op.2 no.7) op het programma, de componist waar we de vorige serie concerten zoveel succes mee hadden (luister hier naar een opname uit Siena, Italië).

Geheel nieuw was Romanus Weichlein een Oostenrijkse componist ons warm aanbevolen door een van onze zeer trouwe fans, Jac Peeters. Dit niet niet alleen omdat het prachtige, vrijwel onbekende muziek is, maar ook omdat Weichlein 300 jaar geleden in 1706 overleed en we dus het Weichlein jaar beleven (genoeg Mozart en Sjostakovitsj).

Soliste op dit concert was Clare Beesley, traverso. Zij speelde het fluitconcert in D ('Pour Potsdam') van Joachim Quantz, een van de zeer vele die deze componist schreef, maar wel een uitzonderlijk virtuoze, nauwelijks speelbare, waarin Clare zich geheel kon uitleven.

Concertmeester was Roelof Balk.

Voor het programma zie hier.

Voor de recensie in het Leidsch Dagblad door Lidy van der Spek zie hier

naar begin van de pagina


December 2005

Concert Terheijden

  Witte Kerkje Terheijden

Het LBE heeft op zondag 11 december 15.30 een concert in de Witte Kerk in Terheijden in de serie theeconcerten gegeven. Klik hier voor info over de theeconcerten, of mail naar theeconcertterheijden@wanadoo.nl

Het LBE speelde een deel van het programma van 17 september in Leiden met Jennifer Paulino als soliste in de aria's van Vivaldi. Nieuw was een pittig, geestig Concerto van Telemann. Het gedetailleerde programma vindt u hier (Programma Terheijden).

 

naar begin van de pagina

 


 

Op donderdag 8 december 2005 heeft het Het LBE het programma van Terheijden gespeeld tijdens een besloten bijeenkomst in Veldhoven.
 


September 2005

 

Leiden 1643 door Jan van Goyen

 

Het meest recente concert van Het LBE in Leiden was op 17 september 2005, 20.15 in de Lokhorstkerk,
met het programma van de Italiaanse tournee:

 

Francesco Geminiani: Concerto Grosso Op.3 No 2 in g minor
Heinrich von Biber: Sonata per archi a 5
Georg Muffat: Armonico Tributo, Sonata di Camera No 1 in D major
Antonio Vivaldi:     -  Motet 'In furore iustissimae irae' 
                                    - Aria from 'Farnace': 'Gelido in ogni vena'

Conte Unico van Wassenaer: Concerto Harmonico No 5 in f minor
Evaristo Felice Dall´Abaco: Concerto a piu istrumenti Op. 5 No 6 in D major 

 

Concertmeester is Roelof Balk, soliste Jennifer Paulino, sopraan.

 

Voor uitgebreid programma zie: Programma 17 september

naar begin van de pagina
 


Juli 2005 Italië

Florence

 

Het LBE is van 3 - 10 juli 2005 op tournee in Italië geweest en heeft de volgende concerten gegeven: 

July 5, Florence, Santa Maria dei Ricci

July 6, Perugia, Chiesa di Santa Giuliana

July 7, Arezzo, Piazza San Domenico

July 8, Chianciano Terme, Hotel Sant’Antonio

July 9, Siena, Santissima Annunziata (tegenover de Dom)

Concertmeester was Roelof Balk, soliste Nicola Wemyss.


Zie voor details en programma: Programma Italië

 

 

Repetitie voor een openluchtconcert in Arezzo


 

Luister (klik op de foto) naar de Chaconne van Dall'Abbaco zoals gespeeld in Siena in de  Santissima Annunziata:

 

 

naar begin van de pagina

 


Oktober 2004

Persbericht
Programma

Het Leids Barok Ensemble speelde met "Leidens Ontzet"

 

Het Leids Barok Ensemble concerteerde in oktober in Broek en Waterland, Abcoude en Leiden. Onder leiding van concertmeester Roelof Balk bracht het LBE een programma geïnspireerd op Leidens Ontzet. Op 3 oktober 1574 werd Leiden ontzet na een Spaanse belegering (5000 man) van bijna een jaar; 6000 van de 18000 inwoners zijn tijdens deze belegering omgekomen, niet door beschietingen en bestormingen, maar van de honger en de pest. Het LBE speelt werken, die op een of andere manier verband houden met Leidens Ontzet: Hellendaal (werkte kort in Leiden), Schmelzer (Fechtschule, strijdende legers), Boccherini (leefde in Spanje), Telemann, Suite Don Quichotte (vechtte weliswaar tegen de molens, maar wat is nu Spaanser dan Don Quichotte), en Ignaz Holzbauer (1711-1783). Van deze laatste wordt een dubbelconcert voor altviool en cello gespeeld dat spanning en ontspanning tussen twee naties (Holland en Spanje) symboliseert in de vorm van twee instrumenten die contrasteren alsook harmoniseren. In dit concert soleerde het nu eens wedijverende, dan weer innig versmeltende duo Nils Wibolt, cello en Deirdre Dowling, altviool.

 

 

 

De Australische violiste Deirdre Dowling kwam na haar studie in 2001 naar Nederland om barokviool, klassiek altviool, en historische uitvoeringspraktijk te studeren bij Elizabeth Wallfisch, Enrico Gatti en Jaap ter Linden. In Australie was zij plaatsvervangend solo-altvioliste in het Australian Brandenburg Orchestra (Sydney). Met dit orkest maakte zij tournees door Australië en Europa en concerteerde met musici als Andreas Scholl, Andreas Staier, Eric Hoeprich and Mark Destrube. Zij heeft zich in Nederland gevestigd en concerteert nu met verscheidene orkesten, waaronder Concerto Köln and het Orkest van de the Nederlandse Bachvereniging.
 

 

De bekende cellist Nils Wiebolt studeerde aan de Musikhochschule Trossingen en aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag, waar hij zijn diploma barokcello behaalde en zich ook bij Jaap ter Linde specialiseerde in de historische uitvoeringspraktijk. In 1991 won Nils de eerste prijs alsook de 'Rovere d'Oro Special Prize' op het Rovere d'Oro concours in Italy. Op de het Concours Musica Antiqua in Brugge won hij in 2000 de tweede prijs. In de afgelopen jaren heeft Nils in een aantal orkesten gespeeld en veel kamermuziek gemaakt in Europa, Japan, de Verenigde Staten, het Midden Oosten en Rusland. In 1998 was hij solocellist European Union Baroque Orchestra. Nils Wieboldt was solocellist van Les musiciens du Louvre-Grenoble (Marc Minkowski) en speelde o.a. in het Orkest van de 18e Eeuw (Frans Brüggen). Hij heeft gesoleerd met het L'Orfeo Barockorchester en in 1999 met het Leidse Barok Ensemble in het virtuose celloconcert van C.P.E. Bach. Recente engagementen omvatten solocellistschappen van de Academy of Ancient Music, Cappella Figuralis en de Rheinische Kantorei. In 2002 is Nils benoemd als gasthoogleraar aan de University van Stellenbosch, Zuid-Afrika. Nils heeft talrijke opnamen gemaakt, o.a. voor de BBC, SWR Radio Stuttgart, WDR Köln, and NCRV Televisie. Nils bespeelt een zeldzame barokcello gebouwd door Jaques Boquay in 1710.

   

 

Programma

 

Johann Heinrich Schmelzer
(1623-1680)

Fechtschule in G gr.t.
Aria 1 Aria 2 Sarabande Courente Fechtschule Bader Aria

Pieter Hellendaal
(1721-1799)

Concerto grosso I in g kl.t. uit “Six Grand Concertos for Violins etc. in Eight Parts Opus 3 (1758)”
Ouverture-Grave Allegro Largo Presto Menuet

Ignaz Holzbauer
(1711-1783)

Concerto in Es gr.t. voor, altviool, violoncello, strijkers en basso continuo
Allegro spirituoso Andantino Menuet: Allegretto e gratioso

Solisten: Deidre Dowling en Nils Wiebolt

 

PAUZE

 

L. Boccherini
(1743-1805)

Divertimento II in F gr.t.
Allegretto con grazia Allegro: Minuetto - Trio

Divertimento VI in c kl.t.
Larghetto Allegro moderato - Trio

Cornelis Florisz. Schuyt
(1557-1616)

“O Leyda gratiosa” à 5 in de Leidse Sleutel
Prima Parte Seconda parte

G.P. Telemann
(1681-1767)

Suite Don Quixote in G gr.t.
Ouverture: Largo-Allegro-Largo
Ontwaken van Don Quixote: Andantino
Zijn aanval op de windmolens: Moderato
Liefdeszuchten voor Prinses Aline: Andante
Het jonassen van Sancho Pansa: Allegro moderato
Rosante in galop: Allegretto  -  Alternativo: De galop van de muilezel van Sancho Pansa
Don Quixote te ruste: Vivace

 

Het Leids Barok Ensemble speelde in de volgende bezetting:

Viool 1: Roelof Balk (concertmeester, muzikale leiding), Peter Schrier, Erik Hense en Else van Ommen

Viool 2: Wibe Moll, Barbara ten Kate en Lise Heide-Jørgenson

Altviool: Stan van Heijst en Marieke Jas

Cello: Petra de Man en Eric Matser

Contrabas: Alexander Thepass

Klavecimbel: Theo Goedhart


naar begin van de pagina